DEN HAAG - In de eerste zes maanden van dit jaar hebben de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) 23 miljoen euro besteed aan hulp in Haïti.

Dat is bijna allemaal (22 miljoen) opgegaan aan noodhulpactiviteiten. Ruim 1 miljoen euro is gebruikt voor de eerste wederopbouwactiviteiten in het land.

Dat blijkt uit de tweede voortgangsrapportage die de SHO vrijdag naar buiten bracht. Haïti werd 12 januari getroffen door een allesverwoestende aardbeving. Daarbij vielen 222.570 doden en meer dan 300.00 gewonden.

Bijna 190.000 huizen stortten in of raakten beschadigd. Naar schatting trof de aardbeving 3 miljoen mensen, aldus de SHO.

Onderdak

Naast de noodzakelijke voedselzekerheid, waar 2,4 miljoen euro is besteed, is het geld in de eerste zes maanden vooral uitgegeven aan onderdak (12,3 miljoen euro). Met dat geld werden ruim 600.000 mensen bediend. Zij kregen onder meer tenten, dekzeilen, dekens, keukenspullen en andere non-food pakketten.

Aan water en sanitaire voorzieningen werd 2,4 miljoen euro besteed, aan gezondheidszorg 800.000 euro, aan levensonderhoud ruim 1 miljoen euro, aan onderwijs ruim 600.000 euro en bescherming 680.000 euro.

Rampenmanagement kostte de vijftien organisaties, die via de SHO hulp bieden aan Haïti 370.000 euro. Aan onder meer salarissen, trainingen, transportkosten en kantoorkosten werd ruim 2,3 miljoen euro uitgegeven.

Cordaid

Cordaid krijgt via de verdeelsleutel het meeste geld (ruim 27 miljoen euro) van de 111 miljoen euro die destijds in Nederland is opgehaald, onder meer via een speciale televisieactie. Het publiek stortte 69 miljoen euro en de overheid deed daar nog eens ruim 41 miljoen euro bij. Daarnaast zijn het de hulporganisaties als het Rode Kruis, Oxfam Novib, UNICEF Nederland en ICCO & Kerk in Actie die veel hulpgeld besteden in Haïti.