HAARLEM - Het Openbaar Ministerie heeft dinsdag tegen Milorad P. twaalf jaar cel geëist. De 51-jarige Serviër wordt verdacht van een moordaanslag op Heinekenontvoerder Cor van Hout.

Volgens justitie nam de man Van Hout in maart 1996 in de Deurloostraat in Amsterdam onder vuur, terwijl deze in zijn auto zat, samen met vrouw en kind.

Van Hout werd door een aantal kogels geraakt, maar overleefde het geweld. Zijn vrouw en kind bleven ongedeerd.

P. ontkent dat hij de schutter is geweest. Volgens aanklager Koos Plooy blijkt uit onder meer camerabeelden die voor en tijdens de aanslag zijn gemaakt, dat de Serviër wel degelijk de dader is.

Herkend

Zo hebben zijn ex-vrouw, zijn nichtje en een oud crimineel contact hem zonder informatie vooraf voor ''100 procent'' herkend, aldus Plooy. De beelden werden destijds gemaakt door de politie, die de woning van Cor van Hout observeerde.

In 2000 werd er opnieuw een mislukte aanslag op Van Hout gepleegd. In 2003 wist de crimineel de dans niet meer te ontspringen en werd alsnog doodgeschoten.

Weduwe

Zijn weduwe Sonja (een zus van Willem Holleeder) zei in juni tijdens een eerdere zitting van de rechtbank nog zeker te weten dat P. niet de schutter is geweest. Maar volgens aanklaagster Saskia de Vries is die verklaring niet bruikbaar.

''Haar verklaring die ze vlak na de aanslag deed is dat wel, want toen was haar geheugen nog vers'', verduidelijkt De Vries.

Ook de compositietekening toen gemaakt op basis van haar informatie lijkt op P, meent de officier van justitie.

Voorbedachte rade

''P. pleegde de aanslag met voorbedachte rade. Het kan niet anders dan dat hij in opdracht heeft gehandeld. P. is niets anders dan een berekenende huurmoordenaar.

Hij heeft Van Hout opgewacht en zonder aarzeling vijf keer geschoten'', motiveert De Vries de strafeis van twaalf jaar. ''Daarbij nam de verdachte ook bewust het risico dat hij de vrouw en het kind van zijn slachtoffer zou raken.''

Vrijspraak

De advocaat van Milorad P., Jan Boone, concludeert dat de rechtbank alleen maar tot vrijspraak kan komen. ''Er is geen spat bewijs'', benadrukt hij. De raadsman wijst op de uitlatingen van één van de deskundigen in deze zaak, die meent dat de herkenning van zijn cliënt niet op de beelden gebaseerd kan worden.

''Het is digitaal zo verbeterd, zo gemanipuleerd'', meent Boone, ''dat je dit niet als bewijs kunt gebruiken. Het Nederlands Forensisch Instituut concludeert ook dat herkenning niet mogelijk is. Het valt niet te bewijzen dat mijn cliënt het heeft gedaan, omdat het niet zo is.''

Uitspraak donderdag 30 september.