ROTTERDAM - Bij de helikoptercrash in juni op de Maasvlakte in Rotterdam, waarbij vier mensen omkwamen, is vermoedelijk geen sprake van verwijtbaar menselijk handelen.

Dat blijkt uit het feitenonderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie.

Dat onderzocht of menselijk handelen op enige wijze ten grondslag heeft gelegen aan het ongeval en of dit verwijtbaar was. Een woordvoerster van het OM heeft dat woensdag desgevraagd gemeld.

Het onderzoek richtte zich op het onderhoud van het toestel, het handelen van de piloot en de wettelijke voorschriften met betrekking tot het laagvliegen.

Goed onderhouden

''Daaruit is naar voren gekomen dat de helikopter goed onderhouden was en kort voor het ongeval nog was geïnspecteerd. Daarbij waren geen onvolkomenheden vastgesteld'', aldus de zegsvrouw.

Bovendien was de piloot een bevoegd en ervaren vlieger en zijn er geen ontoelaatbare vliegbewegingen geconstateerd.

Onderzoek

Justitie houdt nog een slag om de arm, mocht op enig moment nieuwe informatie binnenkomen. Zo doet de Onderzoeksraad voor Veiligheid onder leiding van Pieter van Vollenhoven nog onderzoek en dat is nog niet afgerond.

Een woordvoerder van de raad stelde dat de afronding van de eerste fase nadert. ''Een dezer dagen beslissen we of er een verdieping plaatsvindt.''

Toertocht

Door het ongeval kwamen vier inzittenden om het leven. Een vijfde inzittende raakte zwaargewond.

De helikopter was door het Havenbedrijf ingezet om opnames te maken van de Tour du Port, een toertocht voor wielertoeristen aan de vooravond van de Tour de France. Die ging dit jaar van start in Rotterdam.