AMSTERDAM - Een melding van kindermishandeling blijkt vaak niet te kunnen worden bewezen. In zes op de tien gevallen dat iemand aan de bel trekt, blijkt het kind daadwerkelijk te worden mishandeld.

In drie op de tien gevallen kan niet genoeg bewijs worden verzameld. Dat blijkt maandag uit onderzoek dat Motivaction voor het ministerie voor Jeugd en Gezin heeft gedaan.

Van de mensen die kindermishandeling vermoeden, meldt slechts zes procent dit niet. Minister voor Jeugd en Gezin André Rouvoet (ChristenUnie) roept op bij twijfel toch een melding te doen bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling.

De gedachte is dat het beter is een paar loze meldingen na te gaan dan dat mishandelde kinderen nooit worden geholpen.

Onderschat

Het probleem van kindermishandeling wordt volgens de onderzoekers onderschat. De ondervraagden schatten gemiddeld dat per jaar 52 duizend kinderen in Nederland worden mishandeld, maar in werkelijkheid zijn dat er ruim twee keer zoveel: 107 duizend.

De meesten hebben er geen problemen mee kindermishandeling te herkennen. Vooral blauwe plekken en ander letsel zijn een teken, maar ook angstig gedrag is voor veel ondervraagden een signaal.

Over het algemeen nemen de ondervraagden aan dat kindermishandeling niet in hun directe omgeving plaatsvindt. De kans op kindermishandeling binnen de familie wordt op twee procent geschat, binnen de vriendenkring op vier procent en in de buurt op veertien procent.