DEN HAAG - De Hoge Raad heeft dinsdag het beroep in cassatie van Soenil D. in de zogeheten metselmoordenzaak verworpen.

Het gerechtshof in Den Haag veroordeelde D. vorig jaar april tot achttien jaar gevangenisstraf, wegens doodslag op Rob Mahabier (25) en Jeroen Dekkers (24).

Hun lichamen werden na de moord ingemetseld in een muur van een pand aan de Haagse Wolmaransstraat.

Levenslang

De rechtbank in Den Haag had D. in eerste aanleg veroordeeld tot levenslang. In hoger beroep concludeerde het hof dat er geen sprake was van moord, maar van doodslag, waarop minder straf staat.

De vader en een broer van D. werden door het hof vrijgesproken. De broer was ook door de rechtbank al vrijgesproken, de vader had door dit rechtscollege twintig jaar opgelegd gekregen.

In cassatie had D.'s advocaat Gerard Spong geklaagd over onder meer de afwijzing van een getuigenverzoek. Ook was de raadsman het er niet mee eens dat het hof een beroep op noodweer verwierp.

D. heeft betoogd dat hij in doodsnood verkeerde en daarom de twee slachtoffers om het leven heeft gebracht. Het hof vond dat geen aannemelijk verhaal.

Vermist

Rob Mahabier en Jeroen Dekkers werden in augustus 2004 als vermist opgegeven. Op 23 september van dat jaar vond de politie hun ingemetselde lichamen. De beide Zaankanters zouden tot een groep hebben behoord die Soenil D. en diens familie afperste en mishandelde.

Op 12 augustus 2004 zouden ze naar Den Haag zijn gereisd om geld te incasseren bij de familie D.

In een woning aan de Cartesiusstraat in Den Haag zijn beide mannen met een groot aantal messteken om het leven gebracht. Daarna zijn zij in tapijten gerold en met een auto naar de Wolmaransstraat vervoerd.

Het huis aan de Cartesiusstraat werd gestript. Niettemin vond de recherche daar later nog ettelijke bloedspatten en DNA-materiaal van zowel Soenil als de twee slachtoffers.

Met de uitspraak van de Hoge Raad is de veroordeling van Soenil D. definitief geworden.