DEN HAAG - Het aantal Nederlandse militairen dat nodig is om de missie in Uruzgan af te bouwen, is teruggebracht tot zevenhonderd.

Defensie ging er aanvankelijk van uit dat tussen de zevenhonderd en 1400 extra militairen naar Afghanistan moesten afreizen voor de terugtrekking van de troepen, de afbouw van de bases, het verzamelen van alle spullen en het vervoer ervan.

Maar velen van hen kunnen thuisblijven, omdat bondgenoten als de Verenigde Staten en Australië veel materieel overnemen, zoals de gepantserde slaapcontainers.

Vorige maand gaf minister Eimert van Middelkoop (Defensie) al aan positief te zijn en te verwachten dat er hooguit duizend man nodig zijn. Het beeld is nu completer, waardoor Defensie uitkomt op zevenhonderd, aldus een woordvoerster vrijdag.

Konvooien

De grote en zwaarbeveiligde konvooien waar Defensie rekening mee hield, hoeven nu niet plaats te vinden. Voertuigen zullen aanhaken bij konvooien van bondgenoten.

Veel andere zaken worden door de lucht vervoerd. De aanwezigheid van twee Nederlandse compagnieën ter bescherming van alles en iedereen is volgens de woordvoerster daardoor overbodig.

Ze verwacht dat de terugtrekking uit Uruzgan begin december grotendeels is afgerond. Een gecombineerd Amerikaans-Australisch team neemt vanaf augustus het Nederlandse commando over de Afghaanse provincie over.

Het kabinet viel in februari doordat er geen overeenstemming was om de missie, die vier jaar heeft geduurd, in een kleinere omvang te verlengen.