DEN BOSCH - De coördinator van het rechercheteam dat onderzoek deed naar de dood van de bejaarde mevrouw Kolstee in 1986 in Leidschendam twijfelt ook na heropening van de zaak niet aan de schuld van de veroordeelde Ina Post.

De teamleider is er zelfs van overtuigd dat de bejaardenverzorgster in hetzelfde bejaardenhuis twee jaar eerder geld heeft gestolen van een overleden bewoonster en mogelijk zelfs betrokken is geweest bij haar dood.

De recherchechef heeft dat donderdagochtend verklaard in verhoor bij het gerechtshof in Den Bosch, dat de heropende strafzaak opnieuw bekijkt. Zijn team heeft geprobeerd hard bewijs te vinden voor betrokkenheid van Post bij de diefstal in 1984 maar kon dat niet vinden, legde hij uit.

De vrouw stierf officieel een natuurlijke dood, maar daarover werd getwijfeld.

Onder druk

De inmiddels 64-jarige teamleider verrichte het verhoor waarin Ina Post (nu 54 jaar) voor het eerst bekende dat ze bewoonster Kolstee had gewurgd. Het hof probeerde donderdag uit te vinden of de bekentenis onder druk is afgelegd, zoals Post beweert.

De voormalig politieman verklaarde dat het gesprek met prietpraat was begonnen. Hij wist dat Post religieus was opgevoed en vroeg haar hoe Petrus het zou vinden als zij met een slecht geweten bij de hemelpoort zou arriveren.

Post barstte in snikken uit en toen 'is er een verhaal gekomen', aldus de verbalisant. Hij kreeg de indruk van een 'biecht'.

Sturende vraag

De rechercheur bekende dat hij tot zijn spijt één sturende vraag heeft gesteld over de wijze waarop het slachtoffer was gewurgd. ''Er is verder niet gestuurd. Dat was niet nodig.''

Dat Post bekende omdat haar was beloofd dat ze dan haar man mocht zien, klopt niet zei de rechercheur. Op vragen van advocaat Geert-Jan Knoops antwoordde hij dat het hele onderzoek niet de schoonheidsprijs verdient maar suggesties dat ontlastend bewijs verborgen werd gehouden, wees hij resoluut van de hand.

Post werd in 1987 veroordeeld tot zes jaar celstraf wegens doodslag. Ze heeft die straf helemaal uitgezeten. Vorig jaar werd de zaak heropend wegens twijfels over het precieze moment van de dood van de vrouw.