AMSTERDAM - De hulpverlening na de crash van het Turkish Airlines toestel op Schiphol, op 25 februari, schoot tekort.

Dat blijkt uit een rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid.

Hulpverleners kwamen onder meer te laat door het niet goed uitwisselen van de informatie en het ontbreken van coördinatie over de locatiebepaling.

Daarnaast werd tijd verloren doordat de mobiele medische teams niet werden gealarmeerd vanuit de meldkamer in Kennemerland, wat hun aankomst op de ongevallocatie met bijna een uur vertraagde. Ook was er lang onduidelijkheid over de namen van de slachtoffers, hun verblijfplaats en de aard van hun verwondingen door de gebrekkige slachtofferregistratie.

C2000

De ervaren problemen met C2000 bleken niet te zijn veroorzaakt door de capaciteit van de zendmasten maar door verkeerd gebruik. Bij het ongeval kwamen vijf passagiers en vier bemanningsleden om het leven en raakten 117 passagiers gewond.

Er is tijdens het onderzoek van de Raad gebleken dat ook belangrijke leerpunten uit vijf eerdere onderzoeken naar het verloop van de hulpverlening bij rampen en grote ongevallen onvoldoende zijn opgepakt.

Zo zijn destijds na de café brand in Volendam de geleerde lessen in kaart gebracht maar komen de gesignaleerde problemen nog steeds terug.

Verschillen

Tenslotte zijn er op en rondom Schiphol te veel plannen die betrekking hebben op de hulpverlening bij vliegtuigongevallen, die daarbij ook nog onderling verschillen. Zo lopen de plannen sterk uiteen wanneer het vliegtuig binnen of buiten de hekken van Schiphol neerkomt.

Hierdoor is een onlogische situatie voor met name de centralisten in de meldkamer ontstaan. Dit geldt niet alleen voor de omgeving van Schiphol maar gaat ook op voor de andere luchthavens in Nederland, zo meldt de OVV.

Burgemeester

Het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio en burgemeester Theo Weterings van Haarlemmermeer zeiden dinsdag dat zij het rapport van de OVV zullen gebruiken om de hulpverlening te verbeteren. De hulpdiensten in de regio Kennemerland waren daar ook al mee bezig.

Henk Heijloo, oprichter van de Stichting Slachtoffers Vliegramp 25-02-2009, maakt geen verwijten over de hulpverlening. ''Waar mensen werken, worden fouten gemaakt. Ik heb aan den lijve ondervonden dat de hulpverlening over het algemeen heel goed is geweest'', zei hij in een reactie.

De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid en de Inspectie voor de Gezondheidszorg kwamen in juni vorig jaar ook al met een rapport over de hulpverlening na de crash. Zij concludeerden dat er zaken niet goed gingen, maar dat de hulpverlening wel een voldoende verdiende.