DEN HAAG - De schade aan personen en gebouwen door de brand in het cellencomplex op Schiphol valt niet te verhalen op de aannemer. Daarom stopt het Rijk met de procedure tegen de aannemer.

Dat heeft minister Eimert van Middelkoop (Wonen) donderdag geschreven aan de Tweede Kamer.

In het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over de Schipholbrand staat dat bepaalde brandwerende middelen ontbraken en dat een rook- en warmteafvoerinstallatie het niet goed deed.

Maar dit rapport kon niet gebruikt worden om aansprakelijkheid vast te stellen. Daarvoor was nader onderzoek nodig.

Geen toegang

Probleem was dat de Rijksgebouwendienst geen toegang had tot eigen gebouwen en dossiers zolang er nog een proces liep tegen de veroorzaker van de brand.

Om geen rechten te verspelen, spande het Rijk pro forma een procedure aan.

Toen de cellen en de dossiers weer vrijgegeven werden, stelden twee onafhankelijke bureaus een onderzoek in.

Bewijzen

Dit wees uit dat niet valt te bewijzen dat de gebreken aan het cellencomplex de directe oorzaak zijn van de schade. Op advies van de landsadvocaat beëindigt het ministerie daarom de procedure tegen de aannemer.

Bij de brand in oktober 2005 kwamen elf mensen om het leven.