DEN HAAG - Minister Maxime Verhagen (Buitenlandse Zaken) eist onmiddellijke vrijlating van de twee Nederlanders die in Israël worden vastgehouden sinds ze van boord zijn gehaald van het hulpkonvooi naar Gaza.

Dat heeft de demissionair CDA-bewindsman dinsdag bekendgemaakt.

De man en de vrouw zijn dinsdag door personeel van de Nederlandse ambassade in de gevangenis bezocht. Beiden verkeren in goede gezondheid.

De vrouw heeft blauwe plekken opgelopen door een rubberen kogel, nadat het schip waarop zij zich bevond werd geënterd door Israëlische militairen.

Verklaring

Bij aankomst in Israël hebben beiden geweigerd een in het Hebreeuws opgestelde verklaring te tekenen, omdat zij deze taal niet machtig zijn.

Zonder deze verklaring moet een Israëlische rechter uitspraak doen over onvrijwillige uitzetting en deze procedure kan enkele dagen duren.

De ambassade verleent de twee bijstand gedurende de verdere procedure. Het ministerie van Buitenlandse Zaken onderhoudt contact met familieleden in Nederland en blijft zich inzetten voor hun vrijlating.

Bevoegd

Volgens minister Verhagen was Israël op grond van het zeeoorlogsrecht bevoegd om de lading van het scheepskonvooi met hulpgoederen voor Gaza te controleren. Dat heeft hij dinsdag geschreven aan de Tweede Kamer, een dag na de aanval op het konvooi.

Bij die militaire actie kwamen zeker negen pro-Palestijnse activisten om het leven. In antwoord op schriftelijke vragen van GroenLinks en de SP stelt Verhagen verder dat Israël ook bevoegd is een blokkade af te kondigen.

''Het risico van het breken van een blokkade ligt bij degenen die dat doen, ervan uitgaande dat de blokkade deugdelijk is afgekondigd'', schrijft hij.

Oordeel

De volgende vraag is volgens Verhagen of het Israëlische leger op de juiste wijze heeft opgetreden. Hij meent dat daarover nog onvoldoende bekend is om tot een gefundeerd oordeel te komen. Onderzoek van allereerst Israël zelf moet uitwijzen wat er precies is gebeurd, aldus de minister.

Pas daarna is volgens hem de vraag aan de orde of de Verenigde Naties of andere internationale organisaties de zaak moeten onderzoeken.

De Tweede Kamerleden Mariko Peters (GroenLinks) en Harry van Bommel (SP) en ook Martijn van Dam (PvdA) stelden direct al dat Israël disproportioneel geweld heeft gebruikt en dringen aan op zo'n internationaal onderzoek.

Afsluiting

Nederland keert zich, net als de Europese Unie, tegen de afsluiting van de Gazastrook. Verhagen heeft bij de Israëlische ambassadeur in Den Haag gepleit voor een ''onmiddellijke en onvoorwaardelijke toegang voor humanitaire hulp''. Ook wil ons land dat de grensovergangen weer open gaan voor het normale personen- en goederenverkeer.

Over de juridische gronden voor de Israëlische militaire ingreep is veel discussie gaande. Israël heeft volgens Verhagen de bevoegdheid op te treden ''gebaseerd op de aanname dat er sprake is van een gewapend conflict met Hamas, hetgeen betekent dat het zeeoorlogsrecht van toepassing is''.

Wapens

Op grond daarvan mag Israël neutrale schepen op volle zee controleren of er tussen de lading mogelijk goederen, zoals wapens, zitten die bestemd zijn voor militaire activiteiten van de vijand.

PvdA-er Van Dam bestrijdt die lezing. Volgens hem is geen sprake van een oorlog en evenmin van een zeeoorlog en is dus het zeeoorlogsrecht niet van toepassing.