DEN HAAG - De controle van pleeggezinnen waar uit huis geplaatste kinderen terechtkomen, moet beter.

Vooral als kinderen bij familieleden, vrienden of buren worden geplaatst, een zogeheten netwerkpleeggezin, hebben pleegzorgbegeleiders vooraf vaak te weinig zicht op de risico's die kinderen daar zouden kunnen lopen.

Dat schrijft de Inspectie Jeugdzorg in haar jaarbericht, dat donderdag is verschenen. De screening van een netwerkpleeggezin vindt vaak pas plaats als het kind er al woont, en is bovendien meer gericht op de opvoedkundige kwaliteiten van het gezin dan op de veiligheid, aldus de inspectie.

Plannen

Pleegzorgbegeleiders hebben volgens de inspectie al plannen ingediend om het toezicht op pleeggezinnen te verbeteren. Ook noemt de inspectie het positief dat zij alert reageren bij signalen dat de veiligheid van een kind in het geding is.

De inspectie stelt verder vast dat door een aanhoudend tekort aan pleeggezinnen jaarlijks circa duizend kinderen negen weken of langer op een plek moeten wachten.

Vooral voor kinderen met ermstige emotionele en gedragsproblemen is het moeilijk een geschikt pleeggezin te vinden.

Pleeggezin

In Nederland hebben 13.000 gezinnen zich officieel opgegeven als pleeggezin. Jaarlijks maken ongeveer 22.000 kinderen gebruik van deze vorm van jeugdzorg, twee keer zo veel als tien jaar geleden.