DEN BOSCH - DNA-onderzoek dat in de zaak van de Bende van Venlo op nog aanwezig sporenmateriaal van de moord op het echtpaar Van Rijn wordt uitgevoerd, zal waarschijnlijk niets opleveren.

Dat liet het Openbaar Ministerie (OM) dinsdag weten na inventarisatie van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Dat heeft de mogelijkheden van DNA-onderzoek op haren, vezels en een metalen deeltje bekeken. Het echtpaar werd in 1994 in de Noord-Limburgse stad om het leven gebracht.

Justitie is bereid de sporen ter beschikking van de veroordeelden te stellen, zodat die voor eigen rekening een gecertificeerd instituut onderzoek kunnen laten doen. De advocaat van Frenky P., veroordeeld lid van de Bende van Venlo, had twee jaar geleden om een DNA-onderzoek gevraagd.

Levenslang

P., die wegens zeven moorden een levenslange gevangenisstraf uitzit, zegt niets met de moord op het echtpaar Van Rijn van doen te hebben en daarvoor ten onrechte te zijn veroordeeld.

Volgens het OM is DNA-onderzoek op haren en vezels niet meer mogelijk. Waarschijnlijk levert DNA-onderzoek op het metalen deeltje ook niets op, omdat dit is aangetast, aldus het Openbaar Ministerie.

Afgezien daarvan heeft justitie ook wettelijk geen mogelijkheden tot nader onderzoek van de sporen. Dat zou alleen kunnen in een lopend strafrechtelijk onderzoek of na een herziening door de Hoge Raad.

Moorden

Ruim tien jaar geleden werden achttien leden van de bende (destijds tussen 14 en 56 jaar) veroordeeld tot gevangenisstraffen van tien jaar tot levenslang wegens het plegen van zeven moorden en meer dan 250 geweldsdelicten. Hun rechtszaak was één van de meest geruchtmakende ooit in Nederland.

Advocaat Peter Plasman van Frenky P. gaat eerst met zijn cliënt praten om te zien hoe verder, zei hij in een reactie.

Daarbij wordt vooral gekeken naar de kosten en haalbaarheid van eventueel verder onderzoek. Bovendien moet daarvoor een instituut worden gevonden dat het DNA-onderzoek wel kan uitvoeren, aldus Plasman.