DEN HAAG - In Nederland zijn geen shariarechtbanken, die rechtspreken volgens islamitische wetten. Wel vragen moslims advies en zoeken ze bemiddeling in geschillen op basis van de sharia.

Dat blijkt uit een onderzoek dat de Radboud Universiteit Nijmegen heeft gedaan voor het ministerie van Justitie.

Minister Ernst Hirsch Ballin heeft het onderzoek vrijdag naar de Tweede Kamer gestuurd. Hij had opdracht gegeven om het bestaan van de shariarechtbanken te onderzoeken na berichten dat deze ook in Nederland zouden voorkomen.

Moskeeën of imams zouden met de sharia in de hand uitspraken doen over geldzaken en familiekwesties.

De onderzoekers stellen dat het ook niet erg voor de hand ligt dat er een officieel rechtsprekend instituut voor alle Nederlandse moslims zou zijn. Daarvoor zijn er te veel soorten moslims in ons land.

Verder is de sharia niet echt een vorm van recht, maar meer een opvatting over de manier waarop wetten en regels van de islam correct toegepast worden. Daarin bestaan verschillende stromingen.

Familie

Moslims in Nederland met vragen over de islamitische regels, stappen vaak eerst naar familie of vrienden, blijkt uit de gesprekken die de onderzoekers hadden met moslims en islamdeskundigen. Daarna gaan ze naar een imam of een andere kenner van de islam. Maar uitspraken die deze doen bij geschillen zijn niet bindend. Druk vanuit de omgeving om deze na te leven is er nauwelijks.

Maar in een reactie wijst Hirsch Ballin erop dat sociale druk niet op voorhand uit te sluiten is. Daarom blijft het wel zaak goed op te blijven letten. Ook moet er aandacht blijven voor informele huwelijken die binnen de moslimgemeenschap gesloten worden. Het is verboden om een religieus huwelijk te voltrekken zonder een burgerlijk huwelijk.