HAARLEM - Witwasdeskundige en hoogleraar Marcel Pheijffer heeft in het strafdossier rond zakenman Jan-Dirk Paarlberg geen duidelijke lijn kunnen ontdekken die de denkwijze van de verdediging ondersteunt.

Dat zei Pheijffer dinsdag voor de rechtbank naar aanleiding van zijn onderzoek naar de zaak.

De betalingen van Willem Endstra aan Paarlberg zijn volgens hem beter te plaatsen in een scenario van afpersing dan in een kader van legitieme betalingen.

Pheijffer, die zijn rapport vorig jaar al schreef in opdracht van het Openbaar Ministerie (OM), concludeert verder dat er in de betalingen van Endstra aan Paarlberg sprake was van een ''zoektocht naar titels'' voor de betalingen.

Schijnconstructie

Deze titels moesten suggereren dat de betalingen een zakelijk karakter hadden. ''Het gaat waarschijnlijk om een schijnconstructie'', aldus Pheijffer.

De deskundige stelde dat hij bij zijn onderzoek niet om de uitspraak van het gerechtshof in de zaak-Holleeder heen kon.

Daarin stelde het hof onder meer vast dat misdaadkopstuk Willem Holleeder Endstra had afgeperst en dat Paarlberg schuldig was aan witwassen. ''Je kunt niet anders dan het dossier in zijn totale context bekijken'', aldus Pheijffer.

Afgeperst

Volgens de verdediging stond daardoor de uitkomst van het onderzoek al vast. ''Als uitgangspunt is genomen dat het geld dat Paarlberg van Endstra heeft ontvangen, uit een misdrijf is verkregen'', aldus advocaat Marnix van der Werf.

Endstra betaalde voordat hij in 2004 werd geliquideerd, 17 miljoen euro aan Paarlberg. Volgens het OM gaat het hierbij om door Holleeder afgeperst geld.

Volgens Paarlberg had hij echter met Endstra afgesproken hun samenwerking te beëindigen en waren de betalingen bedoeld om hun gezamenlijke belangen te ontvlechten. Het ging daarbij voor een belangrijk deel om belangen in de jachthaven van IJmuiden, waarin Paarlberg samen met Endstra zat.

Belangrijke rol

Advocate Bénédicte Ficq liet weten dat de persoon Endstra bij de verdediging nog een heel belangrijke rol gaat spelen. Vorig jaar zaaide Gabriël Meijers, de toenmalige advocaat van Paarlberg, twijfels rond de verklaringen van Endstra.

De zakenman zou geneigd zijn geweest tot bedrog en dubbele spelletjes, ook zou hij hebben geleden aan paranoïde wanen.