HILVERSUM - Bij de rooms-katholieke hulpinstelling Hulp & Recht zijn inmiddels ongeveer tweehonderd meldingen binnengekomen over seksueel misbruik binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Dat zei Jan Waaijer, voorzitter van Hulp en Recht, zondag in Kruispunt Radio.

Waaijer zei dat mensen die een klacht indienen maar ook om mensen die alleen hun verhaal kwijt willen. Vrijdag meldde Hulp & Recht nog 160 meldingen.

Waaijer zei geschrokken te zijn door het groot aantal meldingen dat sinds eind februari is binnengekomen. Aanleiding was het bericht over seksueel misbruik in de jaren zestig en zeventig op het salesiaanse jongensinternaat in 's- Heerenberg.

Verborgen leed

Waaijer: ''Laat het maar naar boven komen. Een kerk die volwassen en zelfkritisch is, kan dit aan.'' Volgens Waaijer is sprake van heel veel verborgen leed.

Hulp & Recht zet vanaf maandag extra mensen in om het groot aantal meldingen en klachten te verwerken en af te handelen. Alle opmerkingen en klachten worden opgenomen en geïnventariseerd.

Onderzoek

In het televisieprogramma van Kruispunt pleitte de voorzitter van de Nederlandse bisschoppenconferentie, Ad van Luyn, daarnaast voor een onafhankelijk onderzoek naar het misbruikstellingen.

''Het is de taak van de kerk om het misbruik helder, duidelijk en voorgoed te veroordelen en verontschuldigingen aan te bieden. In de toekomst moet de kerk alle maatregelen nemen om preventie te verzekeren'', aldus Van Luyn, die tevens bisschop is van het bisdom Rotterdam.

Diep geraakt

''Ik denk persoonlijk dat een onafhankelijk onderzoek het meest tegemoet komt aan de terechte verwachtingen van de slachtoffers maar ook van de kerkgemeenschap'', aldus Van Luyn. De bisschop zei verder ''diep geraakt'' te zijn over de breedte en de omvang van het aantal meldingen.

''De Rooms-Katholieke Kerk schaamt zich over het bekend worden van het groot aantal meldingen van seksueel misbruik in katholieke instellingen.''

De Nederlandse bisschoppenconferentie vergadert dinsdag over het seksueel misbruik binnen de katholieke instellingen.