DEN HAAG - De gemeente Den Haag mag haar deel van een schilderij van Jan Steen niet verkopen aan een erfgename van de joodse kunstverzamelaar Jacques Goudstikker.

Zij is de eigenaresse van de andere helft van het kunstwerk. De rechtbank in de hofstad heeft vrijdag een verzoek van de gemeente om het schilderij van de hand te mogen, doen afgewezen.

Het werk De huwelijksnacht van Tobias en Sara werd vermoedelijk in de negentiende eeuw in tweeën gesneden. Beide delen gingen vervolgens door het leven als afzonderlijke schilderijen.

De ene helft kwam in 1907 in handen van de Haagse verzamelaar Bredius. De gemeente Den Haag verwierf het later uit zijn nalatenschap.

Nationale collectie

Goudstikker wist het andere deel te bemachtigen, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog verloor zijn familie het doek. Later kwam het in de Nederlandse nationale kunstcollectie terecht.

Sinds beide doeken in 1996 met een dure operatie werden herenigd, hangt het werk in Museum Bredius in Den Haag. Tien jaar later droeg de Nederlandse staat zijn helft echter over aan de schoondochter van Goudstikker, Marei von Saher.

Deal

Den Haag en de erfgename wilden niet samen eigenaar van het schilderij zijn en sloten in 2008 een deal. De hofstad zou zijn deel voor ruim 620.000 euro aan Von Saher verkopen. Probleem was echter dat Bredius in zijn testament had laten vastleggen dat zijn helft in het naar hem vernoemde museum te zien moet zijn.

De rechtbank heeft nu besloten dat de overeenkomst tussen de gemeente en de erfgename strijdig is met het testament van Bredius.

Bijzonder

Den Haag had betoogd dat daar van kon worden afgeweken, omdat er sprake is van een bijzondere omstandigheid: de stad zou een groot financieel belang hebben bij de verkoop. De rechter ging hier echter niet in mee.

Verder oordeelde de rechtbank dat het maatschappelijk belang het meest is gediend als het ene deel van het schilderij in bezit blijft van Den Haag.