AKEN - De Nederlandse oorlogsmisdadiger Heinrich Boere kon in de Tweede Wereldoorlog niet anders dan zijn opdrachten voor de SS uitvoeren om mensen in Nederland te liquideren.

Als hij die bevelen had geweigerd, zou hij zelf worden gedood. Dat betoogden zijn twee advocaten donderdag bij de rechtbank in Aken.

Daar staat Boere terecht voor de moord in 1944 op de Bredase apotheker Frits Bicknese, op Teun de Groot en op Frans Kusters. De oorlogsmisdadiger heeft inmiddels ook bekend deze drie mannen te hebben vermoord.

De Nederlander deed dat destijds als korporaal van een speciale eenheid van de SS in Nederland als vergelding voor aanslagen, gepleegd door het verzet.

Verhoor

Als onderbouwing lazen de raadsmannen van Boere voor uit een oud verhoor uit 1946 van een medelid van het zogenoemde Sonderkommando Feldmeier, waarvan de Nederlander deel uitmaakte.

Daaruit blijkt volgens advocaat Gordon Christiansen dat de leden van deze bijzondere eenheid niet vrijwillig hun doelen ombrachten.

''Zij moesten een dienstbevel opvolgen op straffe van de dood of het concentratiekamp'', constateerde de raadsman op basis van de verklaring.

Eerder verklaarde Boere dit zelf ook. Hij handelde op bevel van zijn commandant, de SS'er Feldmeier. Zou hij de opdrachten om de drie Nederlanders dood te schieten hebben geweigerd, dan zou hij zelf om het leven zijn gebracht.

Nieuwe aangifte

De advocaten reageerden donderdag op de recente verwijten aan Boere van de advocaten van de nabestaanden. Die dienden eind januari een nieuwe aangifte tegen de Nederlandse oorlogsmisdadiger in.

Zij beschuldigen hem ervan dat hij ook nog verantwoordelijk is voor de dood van minstens zeven anderen.

In de toelichting hierop bij de rechtbank in Aken gaven de raadslieden van de nabestaanden aan dat uit nieuw vergaard bewijs duidelijk wordt dat Boere geen meeloper was, maar een fanatiek lid van de Waffen-SS.

OM

Het Openbaar Ministerie in Maastricht heeft de rechtbank in Aken inmiddels verhoren uit 1946 verstrekt, waarin staat dat Boere met twee kompanen in het verzet in Helden-Panningen infiltreerde.

Door die actie werden op 17 mei 1944 52 mensen opgepakt. Minstens zeven van hen stierven onder gruwelijke omstandigheden in concentratiekampen. De advocaten mogen daar op 19 februari op reageren. Dan wordt de zaak voortgezet.

Uitspraak

De rechtbank liet weten meer tijd nodig te hebben om tot een uitspraak te komen. Het vonnis was eerst gepland op vrijdag 19 februari, maar is nu verschoven naar woensdag 24 maart.

De rechters hebben namelijk extra zittingsdagen nodig voor de behandeling van de zaak.