DEN BOSCH - Het Openbaar Ministerie (OM) zal het Tilburgse gemeenteraadslid Hans Smolders niet vervolgen.

Het OM in Den Bosch maakte maandag bekend dat de hoofdofficier dat heeft besloten op grond van de resultaten van het rijksrechercheonderzoek naar mogelijke corruptie van Smolders.

Smolders is fractievoorzitter van zijn partij Lijst Smolders Tilburg (LST). Smolders werd ervan verdacht een projectontwikkelaar, die in Tilburg het grootste winkelcentrum van Nederland wilde bouwen, om een gift te hebben gevraagd.

De hoofdofficier van justitie vindt dat, hoewel de startinformatie voldoende aanleiding gaf voor een onderzoek tegen Smolders, er nu onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor vervolging.

Niet verrast

Smolders kreeg landelijke bekendheid als de chauffeur van Pim Fortuyn en later als Tweede Kamerlid voor de LPF. Hij was in Tilburg aanvoerder van de oppositie tegen burgemeester Ruud Vreeman, die in oktober noodgedwongen vertrok.

Hans Smolders zei in een reactie niet verrast te zijn over de beslissing van het OM. ''Maar het heeft veel te lang geduurd'', aldus Smolders. Hij houdt oudburgemeester Vreeman verantwoordelijk.

Smaad

Vreeman, die aangifte deed tegen Smolders, benadrukt in een reactie dat hij ''heeft gedaan wat hij moest doen. Ik kreeg informatie en op basis daarvan heb ik als burgemeester aangifte gedaan. Het is aan het OM om dan te vervolgen of niet'', aldus Vreeman.

Smolders overweegt een zaak wegens smaad, maar vindt ook dat Tilburg ''niet nogmaals ondergedompeld moet worden in een zaak Smolders versus Vreeman.''

Onbekwame politiek

Smolders liet onlangs weten dat zijn partij niet meedoet aan de raadsverkiezingen in maart. Hij zegt te stoppen omdat hij in toenemende mate last krijgt van zijn gezondheid. Hij schrijft zijn gezondheidsklachten toe aan de ''onbetrouwbare en onbekwame politiek''.

Smolders werd eerder in de afgelopen raadsperiode veroordeeld, omdat hij uit vertrouwelijke stukken had gelekt. Die veroordeling is overigens nog niet onherroepelijk want hij ligt nog ter beoordeling bij de Hoge Raad.