TILBURG - Drie rechercheurs van de politie Midden- en West-Brabant die hebben geknoeid met de bekentenis van de hoofdverdachte in een grote drugszaak, krijgen voorlopig werk op een andere plek.

De korpsleiding heeft dat donderdag bekendgemaakt in reactie op het harde oordeel van de rechter over het 'knip- en plakwerk' van de politiemensen.

De rechtbank Breda verklaarde het Openbaar Ministerie woensdag niet-ontvankelijk in de zaak. Acht verdachten van omvangrijke export van heroïne, xtc en hasj gaan daarom vrijuit.

De betrokken rechercheurs hebben een verklaring van de verdachte ''dusdanig aangepast, gewijzigd en aangevuld, dat er van deze oorspronkelijke verklaring weinig meer is overgebleven'', stelde de rechtbank vast.

Onderzoek

De rijksrecherche begint in opdracht van justitie een onderzoek naar de gang van zaken. De drie rechercheurs worden als getuige gehoord, aldus het korps.

'' In afwachting van de uitkomst krijgen de drie politiemensen op een andere plek in het korps werk. Ze worden niet buiten functie gesteld en er worden geen disciplinaire maatregelen genomen'', aldus een verklaring van de korpsleiding.

Teleurstellend

Plaatsvervangend korpschef Dick Schouten noemt de uitspraak 'heftig' en 'teleurstellend': '' Het gaat om een omvangrijk rechercheonderzoek waarin wij heel veel hebben geïnvesteerd.

Het is zeer pijnlijk om te zien dat acht verdachten uiteindelijk vrijuit gaan; nog los van de imagoschade die dit oplevert. Hoe wrang het ook is, we kunnen en moeten hier ook van leren.''

Het Openbaar Ministerie in Breda liet donderdag desgevraagd weten dat de kans klein is dat er hoger beroep komt tegen de harde en duidelijke uitspraak van de rechtbank.