AMSTERDAM - Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam zou met de kennis van nu over de aanleg van de Noord-Zuidlijn, het besluit tot de bouw zoals dat in 2002 is gedaan niet nog een keer voorleggen aan de gemeenteraad.

Dat zei verantwoordelijk wethouder Hans Gerson woensdagavond tijdens een vergadering met de raad.

''Achteraf was het een lief ding waard geweest als we in 2002 hadden geweten wat we nu weten'', aldus de wethouder. In dat jaar gaf de gemeenteraad groen licht voor de aanleg van de metrolijn, die Amsterdam-Noord met de Zuidas moet verbinden.

De Noord-Zuidlijn is inmiddels twee keer zo duur als aanvankelijk begroot, langs het traject zijn panden verzakt en de metro rijdt naar verwachting pas in 2017 in plaats van 2011.

Enquêtecommissie

Gerson kon de belangrijkste conclusie van de enquêtecommissie van de gemeenteraad niet volledig onderschrijven. Die constateerde vorige maand dat de gemeente destijds nooit had mogen besluiten tot de aanleg van de metrolijn.

Volgens Gerson is het besluit in 2002 na een uitvoerig debat met de raad genomen op basis van informatie die toen voorhanden was. Die informatie was op dat moment voldoende, maar de duiding ervan had beter gemoeten, aldus de wethouder. Terugkijkend zou het college volgens Gerson, gezien de gevolgen, het besluit niet nog eens op een dergelijke manier nemen.

Verantwoordelijkheid

Ondanks alle tegenslagen wil het stadsbestuur door met de aanleg van de Noord-Zuidlijn. ''Het college neemt de verantwoordelijkheid om het project op een goede manier verder te brengen.''

De gemeenteraadsleden vuurden woensdagavond veel vragen af op het college van burgemeester en wethouders. Volgende week vellen ze een definitief oordeel over het kritische rapport van de enquêtecommissie.