CULEMBORG - Gesprekken op het stadhuis van Culemborg over de situatie in de wijk Terweijde zijn donderdag buitengewoon vruchtbaar verlopen.

Dat meldden burgemeester Roland van Schelven en vertegenwoordigers van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN) en de Molukse stichting Badan Persatuan Maluku na afloop.

Er zijn oplossingen aangedragen voor de korte termijn en ambities voor de lange termijn, aldus de gesprekpartners. Over de inhoud van de gesprekken deden ze geen mededelingen.

Eerst wordt de achterban van alle partijen geïnformeerd. Het overleg stond onder leiding van de aan de politieacadamie verbonden hoogleraar Otto Adang.

Voorstellen

Volgens SMN-voortzitter Farid Azakan zijn voorstellen gedaan die herhaling van de toestanden in Terweijde moeten voorkomen. Hij constateert medeleven met de bewoners van de wijk vanuit andere delen van het land, maar roept mensen op niet naar Culemborg te komen.

De Molukse afgevaardigde Baboyo Porsisa sprak van een goede sfeer en liet weten een eventuele komst van Geert Wilders naar de wijk niet te zien zitten.

''De oplossingen moeten komen vanuit de wijk. Daar hebben wij de heer Wilders niet voor nodig.'' De PVV-leider zinspeelde eerder op zijn komst naar de wijk om naar eigen zeggen Molukkers een hart onder de riem te steken.

Politie

De politie liet donderdag eerder weten voorlopig nog volop aanwezig te blijven in de wijk, waar al maandenlang onrust is tussen Molukse en Marokkaanse jongeren. Rond de jaarwisseling kwam het tot rellen.

Een auto reed in de Diepenbrockstraat de voortuin van een Moluks gezin in en verwondde twee personen. Zondag gingen bij vijf woningen in de buurt de ruiten aan diggelen.

In verband met de geweldsincidenten zitten in totaal drie personen vast, onder meer op verdenking van mishandeling en poging tot doodslag.

Verzoeningstocht

Ongeveer tweehonderd mensen hebben donderdagavond in de wijk Terweijde een 'verzoeningstocht' gelopen. Ook burgemeester Roland van Schelven en een aantal wethouders en raadsleden liepen mee.

De tocht was een initiatief van buurtbewoners die het geweld van de afgelopen tijd tussen groepen Marokkaanse en Molukse jongeren zat zijn. Aan de tocht deden behalve Marokkanen en Molukkers ook andere autochtone en allochtone Nederlanders mee.

Ze wilden met deze mars laten zien dat het ook anders kan. De buurtbewoners waren donderdagmiddag door huis aan huis verspreide brieven opgeroepen om mee te doen.

Rode roos

De tocht begon om zeven uur in het winkelcentrum in de wijk, waar alle deelnemers een rode roos van de plaatselijke supermarkt kregen. Een uur later eindigde de stoet op dezelfde plek, waar de burgemeester en een vertegenwoordiger van de Molukkers en een van de Marokkanen de menigte toespraken.

De burgemeester zei dat hij erg blij is dat het initiatief voor de tocht juist van onderuit is gekomen. Hij vroeg om een hartverwarmend applaus voor alle mensen die getroffen zijn door geweld, om ze op deze manier een hart onder de riem te steken. Hij riep op om elkaar voortaan aan te spreken als er iets gebeurt en dingen te melden bij de politie.