AMSTERDAM - De politie heeft zondagnacht een verdachte opgepakt in het onderzoek naar de moord op een bejaard stel in Amsterdam Noord in 1997.

Zondag bleek uit een uitzending van Peter R. de Vries dat in de zaak DNA-sporen van de twee daders zijn gevonden.

Even voor middernacht meldde een man zich volgens de politie op een politiebureau. Zijn wangslijm is afgenomen en wordt vergeleken met de gevonden DNA-sporen. De politie wil niet zeggen om wie het gaat. Onbekend is of de man kwam om te bekennen of juist om zijn onschuld aan te tonen. Hij zit nog vast.

Keel

De daders hebben de kelen van de 79-jarige Henk Opentij en de 73-jarige Mary Run doorgesneden. Ook werden ze vele keren gestoken. De daders namen niets mee, maar de tas van Run bleek wel doorzocht. De zeshonderd gulden die er in zat, hebben de daders destijds achtergelaten.

De politie houdt er volgens De Vries rekening mee dat de daders gefrustreerd waren omdat Run lange tijd met een hoop spaargeld in haar tas rondliep. Mogelijk zijn ze woedend geworden toen tijdens de overval bleek dat ze het op de bank had gestort.

Bekenden

De politie heeft in het onderzoek een daderprofiel opgesteld. In ieder geval een van de daders moet de slachtoffers hebben gekend. Anders zouden ze niet zijn binnengevallen zonder wapens. Bij de moorden werden de keukenmessen van de slachtoffers gebruikt.

Ook zouden ze impulsief hebben gehandeld, wat zou aangeven dat ze jong zijn. Waarschijnlijk waren ze onder invloed van drugs of alcohol en leden aan waandenkbeelden.

Volgens het daderprofiel hebben ze vaker delicten gepleegd, omdat onervaren criminelen doorgaans niet in een keer zo veel geweld gebruiken. Het gevonden DNA komt echter niet voor in de landelijke databank van criminelen.