HILVERSUM - De 150.000 nazi-aanhangers die na het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederlandse kampen werden opgesloten, zijn structureel uitgehongerd en mishandeld.

Dat stelt historicus en journalist Koos Groen in zijn nieuwe boek Fout en niet goed, dat 15 december uitkomt.

Groen schreef al verschillende boeken over het onderwerp. Voor zijn nieuwste werk kreeg hij naar eigen zeggen echter inzage in geheime dossiers van het Nationaal Archief en het ministerie van Justitie. Ook stelt hij notulen van de ministerraad in de naoorlogse jaren te hebben ingezien.

Mijnenveld

Groen stelt onder meer dat er na de bevrijding van het zuiden van Nederland in september 1944 honderd NSB'ers opzettelijk een mijnenveld in Limburg zijn ingejaagd, waarbij ze allemaal omkwamen.

Ook kwam naar voren dat de Scheveningse gevangenis, waar na de bevrijding in mei 1945 veel collaborateurs werden opgesloten, in de weekeinden regelmatig de deuren opende voor het publiek.

Kijken

''De mensen kwamen dan bij wijze van uitje een middagje kijken naar 'foute Nederlanders', alsof het een soort Artis was'', aldus Groen.

In de Nederlandse interneringskampen stierven volgens de onderzoeker door gebrek aan hygiëne en medische verzorging en voedsel meer dan duizend mensen.

Vrouwen

''Na de bevrijding zijn de mensenrechten in Nederland bewust opzij gezet'', oordeelt Groen. Het zou niet alleen om volwassenen, maar ook om baby's, kinderen en bejaarden gaan.

Bovendien werden vrouwen stelselmatig vernederd en seksueel geïntimideerd.

Zelfmoord

Ook heeft Groen naar eigen zeggen verslagen gevonden van ooggetuigen van de zelfmoord van Meinoud Rost van Tonningen, de NSB-secretaris-generaal van Financiën in de Tweede Wereldoorlog.

Hij sprong in juni 1945 van een trap in de gevangenis in Scheveningen. Zijn vrouw Florrie, die in 2007 overleed, bleef tot haar dood roepen dat haar man vermoord was.