ROTTERDAM - De rechtbank in Rotterdam heeft dinsdag celstraffen tot acht jaar opgelegd aan drie verdachten die betrokken zijn bij de, voor zover bekend, grootste wapenvondst tot nu toe in Nederland.

De nationale recherche deed die in september 2008 in Amsterdam. Het gaat onder meer om bijna 250 vuurwapens, veel geluiddempers en steekwapens.

De Nederlandse verdachten kwamen in beeld, nadat de Noord-Ierse autoriteiten een rechtshulpverzoek aan ons land hadden gedaan in een onderzoek naar wapenhandel.

De Nederlanders bleken na onderzoek de leveranciers van de wapens aan Ierse criminelen. Met hulp van twee buitenlandse undercoveragenten werden twee wapentransacties op poten gezet.

Bij één van de afleveringen klapte de val dicht voor zowel de Ierse verdachten als hun Nederlandse handlangers.

Vrouw vrijgesproken

De rechter legde de hoofdverdachte acht jaar cel op, twee andere verdachten kregen respectievelijk vier en drieënhalf jaar gevangenisstraf aan hun broek. De vrouw van de hoofdverdachte werd vrijgesproken.

Volgens de rechtbank is er onvoldoende bewijs, dat ze van de wapenhandel afwist. De illegale handel was immers goed verstopt, aldus de rechters.

De nationale recherche vond in Amsterdam onder meer nieuwe semiautomatische Glock-pistolen en Steyr-machinepistolen met bijbehorende geluiddempers en patroonhouders.

De hoofdverdachte was verder in het bezit van een groot aantal messen, verstopt in onder meer lipsticks, pennen en aanstekers. Ook werden ploertendoders en boksbeugels gevonden.

Grote vondst

Aanklager Ronald Steen benadrukte tijdens de behandeling van de zaak dat tegen deze zeer ernstige feiten hard moet worden opgetreden. ''Het gaat om een ongekend grote vondst en met dit soort wapens worden mensen doodgeschoten.''

De rechtbank bleek het daarmee eens. Het gaat in deze kwestie volgens de rechters om een zeer grote hoeveelheid vuurwapens, die beroepsmatig werd verhandeld en terecht kwam of zou komen in het criminele milieu. ''Dat bracht gevaar voor de maatschappij en personen met zich mee en daar moet krachtig tegen worden opgetreden'', aldus de rechtbank.