AMSTERDAM - Het boren van de tunnel van de nieuwe Noord-Zuidlijn in Amsterdam kan meer schade veroorzaken dan de gemeente verwacht. Dat staat in een donderdag gepubliceerd advies van bouwkunstdeskundige Gerrit Vermeer van de Universiteit van Amsterdam.

Vermeer stelde dat op in opdracht van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad, die zich inzet voor het behoud van historische gebouwen.

Volgens de bouwkunstdeskundige zijn de risico's groter doordat op sommige plaatsen langs de route van de nieuwe metroverbinding gebouwen uit verschillende perioden naast elkaar staan.

De gemeente is er van uit gegaan dat alle panden op elkaar lijken. De kans op schade is in dat laatste geval kleiner.

Damrak

Zo behoort de bebouwing langs het Damrak en het Rokin, die stamt uit de middeleeuwen, tot de oudste van de stad. Verder variëren de bouwperiodes van de panden langs het traject van de 17e eeuw tot de 20e eeuw.

Volgens de onderzoeker reageren hele oude gebouwen heel anders op beweging dan moderne. Hij raadt dan ook aan nog eens goed te kijken naar plekken langs de route van de metrolijn, die Amsterdam-Noord met de Zuidas moet verbinden, waar oudere en jongere panden tegen elkaar staan en eventueel onnodige verbindingen die tot schade zouden kunnen leiden te verbreken.

Verbeteren

Vermeer adviseert verder het gemeentelijk projectbureau Noord-Zuidlijn zodanig te verbeteren dat het boren zo goed mogelijk zal gaan.

''Het tunnelboren onder een dichtbebouwd gebied met langs het hele tracé ook nog een groot aantal monumenten blijft een huzarenstuk vanwege de daaraan verbonden risico's'', stelt hij. ''Uiteindelijk zal de schade die werkelijk ontstaat vooral afhangen van de kwaliteit van de uitvoering.''

Kwaliteit

Met die laatste stelling is het projectbureau Noord-Zuidlijn het eens, liet een woordvoerder weten. ''Daarom hechten wij ook zo aan maatwerk en kwaliteit.'' De andere aanbevelingen zijn volgens hem overbodig, aangezien al een uitgebreide inventarisatie heeft plaatsgevonden.

''We hebben onze risicoanalyse juist toegespitst op de bouwfysische kenmerken van de gebouwen. We hebben alle 1500 panden op het traject in kaart gebracht en onderzocht. En daar waar de fundering slecht was, hebben we die hersteld.''