Het provinciebestuur van Zeeland hoeft geen details bekend te maken over de vertrekregeling voor twee voormalige directeuren van de provincie.

Dat heeft afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State woensdag besloten.

Voormalige provincieambtenaren hadden Gedeputeerde Staten met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) gevraagd informatie over de vertrekovereenkomst openbaar te maken. Ze vermoeden dat de oud-directeuren een riantere financiële regeling hebben gekregen dan zij.

GS weigerde daarop in te gaan, waarna de ambtenaren naar de rechter stapten. De rechtbank Oost-Brabant wees openbaarmaking ook af. De oud-ambtenaren legden de zaak voor aan de Raad van State.

Die vindt nu dat namen van ambtenaren en hun salarisgegevens moeten worden gezien als persoonlijke en dus te beschermen gegevens. GS hebben het verzoek terecht afgewezen.

Verlof

Volgens de regeling konden provinciemedewerkers die op 1 januari 2013 57 jaar of ouder waren met buitengewoon verlof.

Ze kregen een bepaald percentage van hun salaris doorbetaald tot hun pensionering. De oud-ambtenaren vermoedden dat de directeuren een hoger percentage was toebedeeld dan de zeventig procent die zij ontvingen.

GS wilde dat percentage niet bekendmaken met als argument dat dan kan worden berekend welk bedrag de voormalige directeuren bij benadering zullen ontvangen vanaf hun vertrek tot aan hun pensioen. De Raad van State gaat daarin mee.

"Het provinciebestuur mocht het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer dan ook zwaarder laten wegen dan het publieke belang bij openbaarmaking van de percentages", aldus de hoogste bestuursrechter.