De beurzen in New York zijn vrijdag dicht bij huis gebleven. Techbedrijven wisten de aandacht op zich gericht, na sterke kwartaalberichten van Amazon, Intel en Microsoft. Beleggers verwerkten onder meer economische cijfers.

De Dow-Jonesindex sloot 0,1 procent lager op 24.311,19 punten en de brede S&P 500 klom 0,1 procent tot 2669,91 punten. Technologiegraadmeter Nasdaq bleef vrijwel vlak en stond op 7119,80 punten.

Amazon werd 3,6 procent hoger gezet. De webwinkelgigant heeft zijn winst en omzet flink opgevoerd, geholpen door een forse stijging van het aantal onlineshoppers en een grotere vraag naar zijn clouddiensten.

Intel boekte in het eerste kwartaal een recordomzet. De chipmaker verhoogde tevens zijn verwachtingen voor het hele jaar, maar verloor op de beurs 0,6 procent. Microsoft ging 1,7 procent omhoog. Microsoft heeft wederom goede zaken gedaan met onder meer clouddiensten en softwarepakket Office.

Het groeitempo van de Amerikaanse economie is afgelopen kwartaal teruggevallen. Economen waren daar wel al van uitgegaan. Toch keken beleggers erg naar dit cijfer uit het een belangrijke rol speelt bij het bepalen van het rentebeleid door de Amerikaanse Federal Reserve.

Oliebedrijven

Oliereuzen ExxonMobil en Chevron openden ook de boeken. Beide bedrijven profiteerden van de hogere olie- en gasprijzen, maar waar ExxonMobil (min 3,8 procent) de winst opvoerde met een lagere productie deed Chevron (plus 1,9 procent) dat terwijl het meer produceerde.

Speelgoedmaker Mattel (plus 1,4 procent) deed het afgelopen kwartaal beter dan verwacht. De maker van onder meer de Barbie-poppen kampte onlangs nog met het faillissement van grote klant Toys 'R' Us. Ook vertrok topvrouw Margo Georgiadis.

Vliegtuigonderdelenmaker KLX ging 9,1 procent omhoog. Naar verluidt is dat bedrijf vrijwel rond met Boeing over een overname. De vliegtuigmaker verloor 0,6 procent. Boeing-leverancier Wesco ging 7 procent onderuit.

De euro was 1,2130 dollar waard, tegen 1,2104 dollar bij het slot van de Europese beurzen. Amerikaanse olie daalde 0,2 procent in waarde en ging voor 68,06 dollar per vat van de hand. Brent-olie werd 0,4 procent goedkoper en kostte 74,47 dollar per vat.