De verf- en coatingsdivisie van AkzoNobel kampt nog altijd met hoge kosten voor grondstoffen en nadelige wisselkoerseffecten. Ook staat de vraag naar beschermende coatings voor met name schepen nog altijd onder druk.

Dat liet het verf- en chemieconcern donderdag weten bij de presentatie van de definitieve jaarcijfers.

De genoemde tegenslagen zaten AkzoNobel vorig jaar al flink dwars. Het bedrijf zag zich daardoor afgelopen najaar genoodzaakt de ambities voor resultaatverbetering voor 2017 bij te stellen. Dat kwam slecht uit, omdat AkzoNobel het door een aantal afgewezen overnamevoorstellen van branchegenoot PPG Industries toch al aan de stok had met een deel van de aandeelhouders.

De omzet over heel 2017 kwam zoals vorige maand al werd voorspeld uit op 14,6 miljard euro. Dat betekent een groei van 3 procent op jaarbasis. De winst voor rente en belasting steeg met 2 procent tot 1,5 miljard euro. Ook dat komt overeen met het voorlopige winstcijfer dat eerder werd gemeld. De nettowinst ging wel met 14 procent omlaag naar 832 miljoen euro.

Koers

Topman Thierry Vanlancker zei in een toelichting dat de grondstoffen nu minder snel duurder worden dan vorig jaar. Maar door de prijsstijgingen zal AkzoNobel de sterke prestaties in het eerste kwartaal van vorig jaar niet kunnen evenaren.

Het bedrijf doet zijn best om de oplopende kosten door te berekenen aan klanten, en kijkt daarnaast naar kostenbesparingen. De financiële doelstellingen voor 2020 blijven gehandhaafd.

De aangekondigde afsplitsing van de chemiedivisie ligt volgens financieel directeur Maarten de Vries op koers om in april te worden afgerond.

Naar verwachting zullen vier partijen een bod uitbrengen op het onderdeel, dat afgelopen jaar goed was voor een omzet van een kleine 5 miljard euro en een geschoonde winst van 689 miljoen euro. Daarnaast houdt AkzoNobel de optie van een beursgang open.