De Amerikaanse aandelenbeurzen zijn maandag met stevige plussen de dag uitgegaan. Het sentiment op de beurzen was positief. 

De Dow-Jonesindex eindigde 1,6 procent hoger op 25.709,27 punten. De breder samengestelde S&P 500 won 1,2 procent tot 2.779,60 punten en technologiebeurs Nasdaq steeg eveneens 1,2 procent tot 7.421,46 punten.

De positieve ontwikkelingen op de beurs worden mede veroorzaakt door het verdwijnen van de inflatievrees. De Fed benadrukte in zijn halfjaarlijkse publicatie de positieve geluiden over de Amerikaanse economie en de verwachtingen voor de inflatie. Signalen over een op de beurzen gevreesd agressiever rentebeleid dit jaar bleven uit.

Wel wordt nog met enige vrees naar de eerste openbare optredens van de nieuwe Fed-voorzitter Jerome Powell gekeken op dinsdag. 

Techbedrijven

Bij de bedrijven vielen onder meer winsten op in de techbranche. Zo stegen Apple, Intel en Microsoft 1,5 tot 2,9 procent.

Chipproducent Qualcomm noteerde een plus van 5,8 procent. Qualcomm zou Broadcom (min 0,3 procent) hebben gemaand om met concrete voorstellen te komen voor aan de onderhandelingstafel en stelde een boekenonderzoek voor. Broadcom liet weten te twijfelen aan de oprechtheid van Qualcomm en sprak van een vertragingstactiek.

Pakketbezorger UPS won verder 2,3 procent. Het bedrijf maakte bekend 1,7 miljard euro compensatie te willen van de Europese Unie, na de mislukte overname van het Nederlandse TNT Express in 2013.

Verliezen

Speelgoedmaker Mattel verloor 3,4 procent. De Barbie-producent kreeg te maken met een flinke afwaardering. 

Ook wapenhandelaren hadden het moeilijk door de negatieve publiciteit voor wapenlobbyorganisatie NRA, volgend op een schietpartij op een school. American Outdoor Brands en Sturm Ruger verloren tot 2,9 procent. 

De euro was 1,2313 dollar waard, tegen 1,2306 dollar bij het sluiten van de Europese beurzen eerder op de dag. Een vat Amerikaanse olie kostte 0,7 procent meer op 64,00 dollar. Brentolie werd 0,4 procent duurder, op 67,57 dollar per vat.