De meeste beursgraadmeters in het Verre Oosten gingen vrijdag hard onderuit, na de zware verliezen op Wall Street. De stijgende rentes op de obligatiemarkten zorgden opnieuw voor nervositeit.

Beleggers hielden daarnaast de blik gericht op Washington, waar nog geen akkoord is bereikt over een nieuwe begroting. Formeel gaat daarmee een nieuwe 'shutdown' van de Amerikaanse overheidsdiensten in.

De toonaangevende Nikkei in Tokio ging 2,3 procent lager het weekeinde in op 21.382,62 punten. De Japanse hoofdindex zag deze week ruim 8 procent aan waarde verdampen.

De Nikkei staat daarmee zo'n 12 procent onder de hoogste koers in de afgelopen 52 weken. Alle sectoren stonden in het rood. De oliesector behoorde tot de sterkste dalers door de aanhoudende daling van de olieprijs.

Nissan

Nissan zakte ruim 3 procent. De Japanse autobouwer verlaagde opnieuw zijn winstverwachting voor het lopende boekjaar door de extra kosten die het bedrijf moet maken vanwege een schandaal rond de inspectie van voertuigen.

De Japanse cameramaker Nikon ontsnapte aan de negatieve teneur en klom 3 procent na beter dan verwachte resultaten en vooruitzichten.

Shanghai

De beurs in Shanghai kelderde bijna 5 procent en in Hongkong stond de Hang Seng-index tussentijds bijna 4 procent in de min. De Chinese inflatiecijfers, die min of meer in lijn lagen met de verwachtingen, hadden weinig impact op de handel.

De Kospi in Seoul leverde 1,8 procent in. De All Ordinaries in Sydney hield het verlies beperkt tot 1 procent dankzij winsten onder de gouddelvers.