De Europese beurzen zijn vrijdag lager gesloten. Beleggers verwerkten wederom een stroom aan bedrijfsresultaten, uit zowel Europa als de Verenigde Staten.

Op het Damrak kreeg vastgoedbedrijf Wereldhave een flinke tik, na tegenvallend nieuws.

De AEX-index op Beursplein 5 eindigde 1,2 procent in de min op 550,08 punten. De MidKap zakte 1,8 procent tot 831,52 procent. De graadmeters in Londen, Parijs en Frankfurt speelden tot 1,7 procent kwijt.

Wereldhave was verreweg de grootste daler bij de middelgrote fondsen, met een verlies van bijna 12 procent.

Het vastgoedbedrijf kondigde een nieuw dividendbeleid aan, met als gevolg dat de uitkering aan de aandeelhouders wordt verlaagd. Volgens Wereldhave is de ingreep nodig omdat er steeds meer geld nodig is om winkelcentra op te knappen.

Philips

Ook Philips Lighting was niet bepaald in trek. Het verlichtingsbedrijf leverde na het openen van de boeken 2,5 procent in. WDP ging aan kop in de MidKap met een winst van 1,7 procent. Het logistiek vastgoedfonds is juist positiever geworden over de komende jaren en verhoogde zijn winstverwachting.

Bij de hoofdfondsen was biotechbedrijf Galapagos, dat 0,9 procent won, de sterkste stijger. Ook verzekeraars NN Group en Aegon noteerden kleine plussen. Staalconcern ArcelorMittal sloot de rij met een min van 3,9 procent.

Deutsche Bank

Elders in Europa trok vooral het grote koersverlies van Deutsche Bank veel aandacht. Het aandeel ging ruim 6 procent onderuit in Frankfurt. De grootste bank van Duitsland leed in 2017 voor het derde jaar op rij een verlies.

Vooral de negatieve impact van de recente belastinghervormingen in de VS was volgens de bank de reden dat het jaar met een negatief resultaat werd afgesloten.

In Londen zakte telecomconcern BT Group dik 2 procent na tegenvallende resultaten. De Britse farmaceut AstraZeneca, die in 2017 last had van aflopende patenten, won juist 3 procent. Verder ging Danske Bank na cijfers ruim 1 procent omhoog in Kopenhagen, terwijl de Spaanse CaixaBank zo'n 3 procent daalde in Madrid.

Euro

De euro was 1,2450 dollar waard, tegen 1,2479 dollar een dag eerder. Een vat Amerikaanse ruwe olie werd 1,6 procent goedkoper op 64,77 dollar. Brentolie kostte 2,2 procent minder op 68,14 dollar per vat.