De aandelenmarkten op Wall Street hebben dinsdag een flinke stap terug gedaan. Vooral bedrijven in de gezondheidszorg stonden onder druk na het nieuws dat drie grote ondernemingen, Amazon, JPMorganChase en Berkshire Hathaway, de handen ineenslaan om de zorgkosten voor hun eigen personeel terug te dringen.

De toonaangevende Dow-Jonesindex sloot 1,4 procent lager op 26.076,89 punten. Het is de tweede verliesdag op rij voor de hoofdindex, die vorige week nog een nieuw record neerzette. De bredere S&P 500 zakte 1,1 procent, tot 2822,43 punten. De technologiegraadmeter Nasdaq leverde 0,9 procent in en eindigde op 7402,48 punten.

Zorgverzekeraar UnitedHealth was de sterkste daler in de Dow met een min van 4,4 procent. Beleggers vrezen dat zorgbedrijven door het initiatief van Amazon, JPMorgan en Berkshire, die een gezamenlijke onderneming zonder winstoogmerk willen opzetten, veel omzet gaan mislopen. Kleinere branchegenoten van UnitedHealth, zoals CVS Health en Walgreens Boots, leverden tot ruim 5 procent in.

Pfizer deed het niet veel beter met een verlies van 3,1 procent. De farmaciegigant, producent van onder meer de erectiepil Viagra, boekte afgelopen jaar een lagere omzet als gevolg van de verkoop van een bedrijfsonderdeel. Dat de winst desondanks verdrievoudigde, was te danken aan een eenmalige bate als gevolg van de belastinghervorming in de Verenigde Staten.

Fastfoodketen McDonald's wist afgelopen jaar meer klanten naar zijn restaurants te lokken. Zowel de vergelijkbare omzet als de nettowinst nam daardoor toe. Het aandeel leverde desondanks 3 procent in. Over de cijfers van Harley-Davidson zijn beleggers nog minder te spreken. Het bedrijf blijkt veel moeite te hebben zijn motorfietsen aan de man te brengen. Het aandeel verloor ruim 8 procent.

Apple werd 0,6 procent minder waard. Justitie in de VS en beurswaakhond SEC zouden volgens onbevestigde berichten onderzoek doen naar de communicatie van het technologiebedrijf met beleggers over een omstreden softwareupdate waar oudere iPhones een stuk trager van werden.

De euro was 1,2395 dollar waard, tegen 1,2390 dollar bij het slot van de Europese beurzen. De prijs van een vat Amerikaanse ruwe olie zakte 1,9 procent tot 64,34 dollar. Brentolie werd 1 procent goedkoper en kostte 68,80 dollar per vat.