De Amerikaanse producent van was- en verzorgingsproducten Procter & Gamble (P&G) heeft de verkopen afgelopen kwartaal kunnen opvoeren, mede geholpen door de afzwakkende dollar.

De concurrent van Unilever behaalde wel fors minder winst, maar dat komt vooral doordat het bedrijf in 2016 enkele cosmeticamerken van de hand deed.

P&G behaalde in de maanden oktober tot en met december een omzet van 17,4 miljard dollar (14,2 miljard euro), 3 procent meer dan een jaar eerder. Die groei is te danken aan hogere volumes, met name in duurdere haar- en huidverzorgingsproducten, maar ook aan gunstige wisselkoersontwikkelingen.

Het bedrijf achter bekende consumentenmerken als Always, Ariel, Gillette, Pampers en Oral-B zag wel de winst met ruim twee derde kelderen naar 2,5 miljard dollar. Maar afgezien van eenmalige posten, waaronder ook een afboeking in verband met de nieuwe Amerikaanse belastingwetgeving, lag het resultaat juist 10 procent hoger dan een jaar eerder.

Activistische aandeelhouder

De licht meevallende resultaten zijn een opsteker voor P&G, dat het al een tijdlang flink aan de stok heeft met de activistische investeerder Nelson Peltz. Die vindt dat het bedrijf ondermaats presteert en het roer radicaal om zou moeten gooien om zijn aandeelhouders beter te kunnen belonen.

Branchegenoot Kimberly-Clark, met name bekend van merken als Kleenex en Huggies, greep de presentatie van de kwartaalcijfers aan om een nieuwe sanering aan te kondigen. Dit jaar komen wereldwijd tussen de 5000 en 5500 banen te vervallen. Dat moet helpen de jaarlijkse kosten structureel met een half miljard dollar te verlagen.

Kimberly-Clark kon wel beter dan verwachte kwartaalcijfers laten zien. De omzet nam met 1 procent toe naar 4,6 miljard dollar. Onder de streep resteerde 617 miljoen dollar, ruim een vijfde meer dan in dezelfde periode een jaar eerder.