Uraniumverrijker Urenco heeft afgelopen jaar voor het eerst in zijn bestaan rode cijfers geschreven. De onderneming met onder meer een vestiging in Almelo dook bijna een half miljard in het rood door een afschrijving op zijn activiteiten in de Verenigde Staten.

Urenco levert laag verrijkt uranium, een belangrijke brandstof voor kerncentrales. Het bedrijf maakt ook grondstoffen voor nucleaire medicijnen.

De prijzen in die markt staan flink onder druk sinds de ramp in Fukushima in 2011 en door de keuze van Duitsland om uit kernenergie te stappen.

In de VS zijn diverse kerncentrales buiten werking gesteld omdat alternatieve bronnen als aardgas en hernieuwbare energie voordeliger zijn geworden.

Onder de streep kwam Urenco uiteindelijk ruim 456 miljoen euro tekort, waar in 2015 nog een winst van 452 miljoen euro in de boeken ging. De omzet steeg wel met een kleine 3 procent tot bijna 1,9 miljard euro.

Overheid

Het in de jaren zeventig opgerichte Urenco is voor een derde in handen van de Nederlandse overheid. De rest van de aandelen is eigendom van de Britse overheid en de Duitse energieconcerns RWE en E.ON.

In november vorig jaar bleek uit een brief van minister Henk Kamp van Economische Zaken aan de Tweede Kamer dat er achter de schermen wel gesteggeld wordt over de toekomst van het bedrijf.

De betrokken partijen onderhandelden al geruime tijd over een nieuwe bedrijfsstructuur, ook omdat de Britten uit Urenco zouden willen stappen.

Een van de uitgangspunten van Nederland in die discussie is dat de nucleaire technologie van Urenco niet in handen mag vallen van partijen die er mogelijk kwaad mee in de zin hebben. Verrijkt uranium kan in bepaalde vorm ook gebruikt worden om kernwapens mee te maken.