Een toespraak van president Janet Yellen van de Federal Reserve, de Amerikaanse koepel van centrale banken, werd vrijdag lauw ontvangen op Wall Street.

De belangrijkste graadmeters kwamen nauwelijks van hun plaats nadat Yellen duidelijk had gehint op een renteverhoging later deze maand.

De Dow-Jonesindex met daarin de dertig grootste Amerikaanse beursfondsen sloot nagenoeg vlak op 21.005,71 punten. De bredere S&P 500 ging 0,1 procent omhoog naar 2383,12 punten. De technologiegraadmeter Nasdaq eindigde op 5870,75 punten, een winst van 0,2 procent.

Yellen zei tegen een publiek van ondernemers in Chicago dat het tempo waarin de Fed het monetaire beleid aanscherpt, waarschijnlijk omhoog gaat. Ze zei ook dat een renteverhoging in maart ''passend'' lijkt gezien de gunstige economische vooruitzichten.

Haar woorden kwamen voor beleggers niet als een verrassing. Andere Fed-bestuurders leken de markt de afgelopen week ook al voor te bereiden op een spoedige renteverhoging. Het Fed-bestuur vergadert op 14 en 15 maart.

Machinebouwer Caterpillar krabbelde op na een fiks koersverlies een dag eerder, toen het bedrijf opsporingsambtenaren van de fiscus over de vloer kreeg. Het aandeel won 0,8 procent en was daarmee de sterkste stijger in de Dow. Onderaan de hoofdindex stond sportkledingmaker Nike met een min van 1,9 procent.

Financiële fondsen profiteerden van het vooruitzicht van een sneller oplopende rente. Goldman Sachs en JPMorgan Chase behoorden eveneens tot de grotere winnaars bij de hoofdfondsen, met koerswinsten van 0,7 procent.

Nieuwkomer Snap stond opnieuw in de schijnwerpers. Het bedrijf achter de foto- en berichtenapp Snapchat werd bijna 11 procent meer waard. Een dag eerder debuteerde Snap op Wall Street met een koerswinst van 44 procent.

Vuurwapenfabrikant American Outdoor Brands verloor 2,8 procent. De maker van onder meer Smith & Wesson-pistolen kwam met teleurstellende winstverwachtingen voor het lopende kwartaal. Ook de omzet in de laatste maanden van 2016 viel marktkenners tegen.

De prijs van een vat Amerikaanse olie steeg 1,1 procent tot 53,19 dollar per vat. Brentolie werd 1,2 procent duurder en bracht per vat van 159 liter 55,76 dollar op. De euro was 1,0620 dollar waard, tegen 1,0550 aan het einde van de Europese beurshandel.