Luchtvaartgroep IAG, het moederbedrijf van British Airways, Iberia, Vueling en Aer Lingus, heeft de winst afgelopen jaar verder opgevoerd.

IAG boekte een operationele winst van 2,5 miljard euro, ruim 7 procent meer dan een jaar eerder, blijkt uit de vrijdag gepubliceerde jaarcijfers.

Daarbij werd het bedrijf geholpen door een fors lagere brandstofrekening. Maar ook op eigen kracht wisten de luchtvaartmaatschappijen binnen de groep hun kosten verder te verlagen.

Ondanks een groei van het aantal reizigers naar meer dan 100 miljoen zakte de omzet uit passagiersvervoer met 2 procent naar 19,9 miljard euro. De totale opbrengsten daalden met 1,3 procent naar 22,6 miljard euro.

Concurrentie 

Net als andere Europese luchtvaartbedrijven had IAG afgelopen jaar opnieuw last van moordende concurrentie die de prijzen van vliegtickets onder druk zette. De val van het Britse pond na het Brexit-referendum in juni vormde daarnaast een extra handicap voor British Airways, de grootste luchtvaartmaatschappij binnen de groep.

Het nadelige effect van met name het zwakkere pond en de sterkere dollar schat IAG op 460 miljoen euro. In Groot-Brittannië verkochte tickets en diensten leverden minder op, terwijl luchtvaartmaatschappijen veel kosten, zoals brandstof en vliegtuigonderhoud, standaard in dollars maken.

Al met al sprak topman Willie Walsh van ''een goede prestatie onder lastige omstandigheden''. Dit jaar verwacht IAG opnieuw een toename van de operationele winst. Daarbij gaat het bedrijf wel uit van de huidige valutakoersen en brandstofprijzen.