De beurs in Amsterdam is maandag met bescheiden winst gesloten. Energiegerelateerde aandelen profiteerden van het prijsherstel op de oliemarkt.

Beleggers houden hoop dat het oliekartel OPEC tot productieafspraken komt die de prijzen structureel een impuls kunnen geven.

In Amsterdam eindigde de toonaangevende AEX-index 0,5 procent hoger op 453,03 punten. De MidKap sloot nagenoeg vlak op 648,37 punten. De hoofdgraadmeters in Londen, Frankfurt en Parijs gingen 0,1 tot 0,6 procent omhoog.

De Iraanse olieminister Bijan Zanganeh noemde het afgelopen weekeinde ''zeer waarschijnlijk'' dat de OPEC later deze maand tot een definitief productieakkoord komt. Iran gold tot dusver juist als een dwarsligger. Ook de Russische president Vladimir Poetin toonde zich positief, al is Rusland zelf geen lid van de OPEC.

Olieprijs

De prijs van een vat Amerikaanse olie steeg 3,6 procent naar 47,35 dollar. Brentolie werd 3,5 procent duurder en kostte 48,50 dollar per vat. Zwaargewicht Shell werd in Amsterdam 2,3 procent meer waard. Oliedienstverlener SBM Offshore kreeg er 2,2 procent bij, bodemonderzoeker Fugro won bij de middelgrote fondsen 3,5 procent.

Randstad was koploper in de AEX met een winst van 3,1 procent. Analisten van HSBC verhoogden hun beleggingsadvies voor het uitzendbedrijf. Onderaan de Amsterdamse hoofdgraadmeter stond speciaalchemiebedrijf DSM met een verlies van 1,1 procent. Ook verzekeraar Aegon leverde ruim 1 procent in.

Heijmans

OCI won bij de middelgrote fondsen 4,4 procent en was daarmee lijstaanvoerder in de MidKap. De kunstmest- en chemicaliënproducent verwacht de komende twee jaar 100 miljoen dollar aan kosten te kunnen besparen. Onderaan de index van middelgrote fondsen stond PostNL met een min van 2,1 procent.

Heijmans ging bij de kleine bedrijven 4,7 procent onderuit, nadat de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) opheldering had gevraagd over de nieuwe kredietafspraken die het bouwbedrijf met zijn banken treft. In de markt leven al langere tijd grote zorgen over de financiële toekomst van Heijmans.

De euro was 1,0600 dollar waard, tegen 1,0590 dollar bij het slot van de Europese beurzen op vrijdag.