De Amerikaanse aandelenmarkten kwamen donderdag amper van hun plaats. 

De grondstoffensector had opnieuw een dominante rol op Wall Street, waar de olieprijzen stevig schommelden en een zwakkere dollar de prijzen van diverse metalen omhoog joeg. Actiecamerafabrikant GoPro was uit de gratie nadat het bedrijf tegenvallende cijfers had gepresenteerd.

De Dow-Jonesindex sloot 0,5 procent in de plus op 16.416,58 punten. De S&P 500 steeg 0,2 procent tot 1915,45 punten en de Nasdaq ging 0,1 procent vooruit tot 4509,56 punten.

De dollar kwam woensdag al onder druk te staan na tegenvallende cijfers over de dienstensector in de VS. De bedrijvigheid in die branche groeide in januari in het laagste tempo in bijna twee jaar. Donderdag kwam daar nog een tegenvaller over de fabrieksorders overheen. De cijfers onderstrepen volgens marktkenners dat de Amerikaanse economie steeds meer hinder ondervindt van de malaise elders in de wereld.

Aluminiumproducent

Koperdelver Freeport-McMoRan (plus 17,9 procent) en aluminiumproducent Alcoa (plus 10,1 procent) profiteerden van de oplopende metaalprijzen. Oliebedrijf ConocoPhillips stond er met een koersverlies van ruim 8 procent een stuk minder florissant voor. Het bedrijf belandde in het afgelopen kwartaal dieper in de rode cijfers en kondigde aan dieper te snijden in zijn investeringsbudget vanwege de aanhoudend moeilijke marktomstandigheden.

GoPro (min 8,7 procent) kende een tegenvallende kerstperiode, waarin de vraag naar zijn actiecamera's beduidend lager was dan voorheen. De koers duikelde kortstondig zelfs met 14 procent tot 9,20 dollar, de laagste stand sinds het bedrijf in juni 2014 naar de beurs ging. Modehuis Ralph Lauren verlaagde zijn winstprognose en kelderde 22,2 procent, de sterkste daling sinds 1998.

Fastfoodketens

Yum Brands (min 0,2 procent), het moederbedrijf van de fastfoodketens KFC en Pizza Hut, boekte een kwartaalwinst van 275 miljoen dollar. Een jaar eerder werd nog 86 miljoen dollar verlies geleden. De omzet viel echter lager uit dan analisten voorzagen.

De prijs van een vat Amerikaanse olie schoot veelvuldig heen en weer tussen 31,68 en 33,60 dollar. Bij het slot was de prijs dollar 31,80 dollar (min 1,5 procent) en werd Brentolie 1,6 procent goedkoper op 34,49 dollar per vat. De euro was 1,1208 dollar waard, tegen 1,1196 dollar bij het slot van de Europese beurzen.