Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) neemt de Chinese munt, de yuan, per 1 oktober 2016 op in het mandje met valuta's waarop de waarde van zijn eigen munteenheid wordt bepaald.

Dat meldt het fonds maandag.

De waarde van de IMF-munteenheid, de zogeheten speciale trekkingsrechten (SDR's), wordt nu bepaald op basis van de Amerikaanse dollar, de euro en de Japanse yen. Daar komt de Chinese munt dus bij. 

Door de combinatiewaarde van deze belangrijke munteenheden zou een meer evenwichtige standaard ontstaan die niet afhankelijk is van één munteenheid,  zoals de dollar, die door allerlei politieke en financiële oorzaken flink op en neer kan schommelen. 

Het besluit van het IMF is voor een groot deel vooral een symbolische stap, die de opmars van China als economische grootmacht onderstreept.

IMF-president Christine Lagarde ging in een toelichting op het besluit niet in op het gewicht dat de Chinese munt zal krijgen in het mandje. Wel zei ze dat de toevoeging van de yuan de erkenning is van hetgeen China met hervormingen heeft bereikt. Lagarde verwacht dat Peking de lijn nu niet laat vieren, maar doorgaat met verdere ingrepen om de economie te stabiliseren.

Belangrijke criteria

Het IMF stelde onlangs al vast dat de yuan inmiddels veel wordt gebruikt voor internationale transacties en dat de munt op grote schaal wordt verhandeld op de valutamarkten. Dat zijn belangrijke criteria voor opname in het IMF-mandje.

Critici menen echter dat het fonds zijn eigen regels flexibel heeft toegepast om China gunstig te stemmen. Pogingen om China, en andere opkomende economieën, een grotere stem te geven in het bestuur van het IMF lopen al jaren vast op de weigering in het Amerikaanse Congres om in te stemmen met hervormingen die al in 2010 zijn toegezegd.