De Amerikaanse aandelenmarkten sloten vrijdag een toch al beroerde beursweek af met nog meer verliezen.

Een tegenvallend cijfer over de detailhandelsverkopen in oktober, bovenop een aantal zwakke kwartaalberichten van winkelbedrijven de afgelopen dagen, drukte het sentiment.

De Dow-Jonesindex van dertig toonaangevende beursfondsen stond een kleine drie kwartier voor het scheiden van de markt 1 procent lager op 17.280 punten. De bredere S&P 500 zakte 0,9 procent tot 2027 punten. De technologiegraadmeter Nasdaq leverde 1,2 procent in en kwam op 4944 punten.

Voorbeurs bleek dat de Amerikaanse detailhandel afgelopen maand maar 0,1 procent meer omzet heeft behaald dan in september. Economen rekenden op een sterkere groei. Het tegenvallende cijfer wordt gezien als een veeg teken voor de belangrijke feestdagenperiode die op de stoep staat.

Winkelbedrijven

Winkelbedrijf JC Penney kwam met kwartaalcijfers die beter waren dan verwacht, maar werd meegesleurd in de algehele malaise rond de detailhandel. Het aandeel zakte meer dan 17 procent. Concurrent Nordstrom, die een dag eerder al terrein verloor na zwaar teleurstellende resultaten, kelderde ruim 16 procent.

Macy's liet de markt eerder deze week al flink schrikken met een winstwaarschuwing en verloor vrijdag nog eens 4 procent, net als branchegenoot Target. Elektronicaketen Best Buy moest een veer van bijna 6 procent laten.

Cisco Systems

Bij de hoofdfondsen hield Wal-Mart, 's werelds grootste retailer, de schade beperkt tot 0,8 procent. Daar was Cisco Systems de gebeten hond. De fabrikant van netwerkapparatuur werd hard gestraft voor een tegenvallende prognose bij de kwartaalcijferpresentatie donderdag nabeurs, en verloor ruim 6 procent aan beurswaarde.

Andere grote verliezers in de Dow waren sportschoenenmaker Nike en doe-hetzelfketen Home Depot, met verliezen rond de 3 procent. Stijgers waren vooral te vinden in het industriële segment. Chemiereus Dupont en machinebouwer Caterpillar presteerden het beste met winsten van 1,7 en 1,2 procent.

De euro was 1,0740 dollar waard, tegen 1,0725 dollar bij het slot van de beurshandel in Europa. De prijs van Amerikaanse ruwe olie zakte 2,3 procent tot 40,78 dollar per vat. Brentolie werd 1 procent goedkoper en bracht per vat van 159 liter 43,61 dollar op.