Het Amerikaanse industrieconcern General Electric (GE) heeft zijn grootste overname ooit afgerond. 

Het bedrijf had meer dan anderhalf jaar nodig om de papierwinkel rond de koop van de turbinedivisie van de Franse concurrent Alstom voor omgerekend een kleine 10 miljard euro te voltooien.

Toen GE in april vorig jaar zijn belangstelling kenbaar maakte, moest het allereerst de strijd aangaan met Siemens en Mitsubishi. Die bedrijven kwamen met een concurrerend bod op de energietak van Alstom, dat ook een transportdivisie heeft die onder meer treinen maakt.

GE moest niet alleen de gewone aandeelhouders overtuigen, maar ook de Franse regering. Die verzette zich er aanvankelijk tegen dat zo'n belangrijke werkgever én fabrikant van nucleaire technologie in Amerikaanse handen zou vallen.

Parijs behoudt uiteindelijk via een minderheidsbelang enige zeggenschap over Alstom. Sommige onderdelen, onder meer op het gebied van kernenergie, zijn ondergebracht in joint ventures waarin de Franse overheid het recht heeft beslissingen te blokkeren.

Bovendien eiste de Europese Commissie maatregelen om te voorkomen dat het fusiebedrijf te dominant zou worden als aanbieder van machines om energie mee op te wekken. GE heeft moeten beloven dat het de gasturbinedivisie van Alstom na de overname doorverkoopt aan het Italiaanse Ansaldo Energia.