De beursgraadmeters op Wall Street weken donderdag nauwelijks af van de slotstanden van de voorgaande dag.

Uitlatingen van de Europese Centrale Bank (ECB) en het ontbreken van beurshandel in China zorgden aanvankelijk voor een positieve sfeer. Beleggers hielden de kaarten echter grotendeels op de borst, in afwachting van de cijfers over de Amerikaanse arbeidsmarkt die vrijdag worden gepubliceerd.

De Dow-Jonesindex sloot 0,1 procent in de plus op 16.374,76 punten. De S&P 500 steeg ook 0,1 procent, naar 1951,13 punten. Technologiegraadmeter Nasdaq zakte 0,4 procent naar 4733,50 punten.

Dinsdag leverden de graadmeters op Wall Street nog tot 3 procent in, opnieuw door zorgen over de Chinese economie. Woensdag volgde herstel, waarbij meer dan de helft van de verliezen werd ingelopen. Het feit dat de Chinese markten donderdag en vrijdag gesloten zijn, zorgde volgens handelaren voor rust.

ECB

In Frankfurt gaf de ECB aan dat de mogelijkheden binnen het eigen stimuleringsprogramma voor de Europese economie zijn verruimd. Veel ECB-watchers zagen in de woorden van ECB-president Mario Draghi de opmaat voor een verdere uitbreiding van die maatregelen, mogelijk nog later dit jaar.

De ECB liet ook weten somberder te zijn geworden over de vooruitzichten voor de economische groei en de inflatie in de eurozone. Economisch nieuws uit de VS gaf een gemengd beeld. Aan de positieve kant werden een kleiner Amerikaans handelsoverschot en aanhoudende groei in de dienstensector van de VS gemeld. Anderzijds bleek het aantal uitkeringsaanvragen vorige week te zijn gestegen.

De woorden van Draghi verzwakten donderdag de euro en stuwden de olieprijs. De Europese munt was donderdagavond met 1,1130 dollar ruim 1 dollarcent minder waard dan een dag eerder. De prijs van een vat Amerikaanse olie steeg met ruim 1 procent naar 46,89 dollar.

Oliebedrijven

Oliebedrijven hoorden dan ook bij de winnaars op Wall Street, net als andere grondstoffenbedrijven. ExxonMobil kreeg er 1,1 procent bij, aluminiumproducent Alcoa won bijna 3 procent. Goud- en koperproducent Freeport McMoran werd 2,7 procent meer waard.

De Dow Jones werd aangevoerd door chipproducent Intel, die 1,6 procent hoger koerste. Graaf- en landbouwmachinebouwer Caterpillar profiteerde niet van de winsten in de grondstofsector en stond met een min van 2,3 procent onderaan de lijst van dertig hoofdfondsen.