De Amerikaanse aandelenmarkten boekten donderdag bescheiden winsten. Beleggers waren in afwachting van de presentatie van hervormingsplannen van de Griekse regering en keken daarnaast aandachtig naar de eerste kwartaalresultaten uit het bedrijfsleven.

Een flink herstel van de Chinese beurzen, na de forse dalingen in de afgelopen dagen, gaf ook steun aan de handel.

De Dow-Jonesindex sloot 0,2 procent hoger op 17.548,62 punten. De S&P 500 ging 0,2 procent vooruit tot 2051,31 punten en de Nasdaq won 0,3 procent tot 4922,40 punten. Wall Street begon de handelsdag met winsten van meer dan 1 procent.

''De laatste tijd zie je vaak dat beleggers zich in de loop van de handelssessie zorgen gaan maken over mogelijke ontwikkelingen tussen het slot en de opening op de volgende dag. Dat speelt vooral rond de situatie in Griekenland en China'', aldus een handelaar in New York.

Hervormingsplan

De Griekse staatstelevisie meldde dat de Griekse regering inmiddels zijn hervormingsplan heeft ingediend. De woordvoerder van eurogroepvoorzitter Dijsselbloem bevestigde de ontvangst.

Voor de handelsaanvang werd bekendgemaakt dat vorige week 297.000 Amerikanen voor het eerst een werkloosheidsuitkering aanvroegen. Hoewel dat cijfer tegenviel, bleef het aantal aanvragen daarmee voor de achttiende week op rij onder 300.000. Dat is de langste reeks sinds het jaar 2000.

Citigroup

Bank of America en Citigroup, die woensdag flink aan waarde verloren, stegen tot 1,7 procent. Aluminiumproducent Alcoa, dat woensdagavond als eerste met cijfers over het tweede kwartaal naar buiten kwam, steeg 0,9 procent. De omzet van het concern was beter dan verwacht, terwijl de winst achterbleef bij de gemiddelde analistenverwachting.

Drogisterijketen Walgreens Boots Alliance presenteerde beter dan verwachte cijfers en verhoogde bovendien zijn winstverwachting. Het bedrijf ging met een koerswinst van 4,2 procent aan kop in de S&P 500. Frisdrank- en snackfabrikant PepsiCo overtrof de verwachtingen in de markt maar zag een aanvankelijke koerswinst omslaan in een verlies van 1,1 procent.

De euro was 1,1027 dollar waard, tegen 1,1025 dollar bij het slot van de Europese beurzen. De prijs van een vat Amerikaanse olie steeg 2,1 procent naar 52,72 dollar. Brentolie werd 2,7 procent duurder op 58,56 dollar per vat.