Nederlandse waterbouwkundigen, onder leiding van ingenieursbureau Grontmij, richten een vluchtelingenkamp in Zuid-Sudan opnieuw in.

Het kamp in het door burgeroorlog geteisterde gebied nabij bij de stad Bentiu dreigt in de aanstaande regentijd, die in mei begint, een grote modderpoel te worden.

In het kamp verblijven tienduizenden vluchtelingen, die met de herontwikkeling niet meer tot boven hun enkels door te modder hoeven te waden. Dat laat Lilianne Ploumen, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking weten.

Om te zorgen voor een goede afwatering wordt in het kamp een ringdijk aangelegd en worden kanalen gegraven en grote pompen geïnstalleerd.

De totale kosten zijn door het ministerie geraamd op 20 miljoen dollar (ruim 18 miljoen euro). Nederland betaalt 5.4 miljoen hiervan. Andere financiers zijn de VN, de EU en Zwitserland.

De Nederlandse bedrijven richten zich op het maken van het technische ontwerp en op de supervisie van de uitvoering.

"Het gaat om meer dan alleen wateroverlast", zegt Ploumen. "Ook de kans op ziektes als diarree en cholera worden door de drooglegging een stuk kleiner."

Sinds het uitbreken van de burgeroorlog in Zuid-Sudan in december 2013 is een enorme vluchtelingenstroom op gang gekomen, zowel binnen het land zelf als naar de buurlanden.