Air France-KLM had afgelopen maand nog altijd last van zware concurrentie op met name lange vluchten. De grote toestellen die naar verre bestemmingen vliegen, zaten daardoor gemiddeld minder vol dan een jaar eerder.

Dat blijkt uit vervoersstatistieken die het luchtvaartconcern maandag heeft gepubliceerd.

Het passagiersvervoer, berekend op basis van het aantal betalende passagiers en de gevlogen afstand, daalde bij de intercontinentale vluchten met 0,1 procent. Omdat op die vluchten wel 0,4 procent meer stoelen beschikbaar waren, liep de gemiddelde bezettingsgraad terug.

Bij de vluchten binnen Europa lag het passagiersvervoer 0,6 procent hoger, bij een 1,5 procent lagere capaciteit.

Over het geheel genomen bleef zowel het passagiersvervoer als de capaciteit gelijk. Transavia zag de vraag naar zijn diensten met 10,9 procent toenemen.

De capaciteit bij de prijsvechter van Air France-KLM lag 8,4 procent hoger dan een jaar eerder. De bezettingsgraad verbeterde twee volle procentpunten tot 89,6 procent. Bij de Europese vluchten van Air France en KLM was gemiddeld 73,6 procent van de stoelen bezet.

In totaal stapten vorige maand 5,4 miljoen passagiers aan boord van een toestel van KLM, Air France of de Franse regionale dochter HOP. Transavia vervoerde circa een half miljoen reizigers.

De vrachtdivisie zag de vraag met 8,2 procent dalen, terwijl de capaciteit met slechts 3,1 procent werd teruggeschroefd. De gemiddelde beladingsgraad daalde met 3,4 procentpunt tot 62,8 procent. Air France-KLM is bezig zijn vrachtvloot grotendeels geleidelijk op te heffen wegens de aanhoudende verliezen op goederenvervoer.