De Nederlandse chipmaker NXP behoorde maandag tot de uitblinkers op een positief gestemd Wall Street.

De aankondiging van een grote overname, waarmee het bedrijf in een klap tot de acht grootste chipfabrikanten ter wereld behoort, zette het aandeel op de Nasdaq flink hoger.

De leidende Dow-Jonesindex sloot 0,9 procent hoger op 18.288,63 punten. De bredere S&P 500 steeg 0,6 procent tot 2.117,39 punten. De Nasdaq ging 0,9 procent omhoog naar 5.008,10 punten. Sinds het knappen van de internetzeepbel vijftien jaar geleden was de technologiegraadmeter niet meer boven de de 5.000 punten gesloten.

In maart 2000 kende de Nasdaq de hoogtse tussenstand ooit op 5.132 punten, waarna een diepe val volgde. De bodem van de 'dotcomcrisis' werd bereikt in oktober 2002, toen de graadmeter op 1.108 punten stond. Dat het herstel zo lang heeft geduurd, komt mede door de nieuwe dip die werd veroorzaakt door de kredietcrisis.

Industrie

Twee verschillende onderzoeksbureaus meldden dat de Amerikaanse industrie de afgelopen maand verder is gegroeid, maar de cijfers gaven geen eenduidig beeld van de ontwikkeling van het groeitempo. Verder bleken de bouwuitgaven in januari onverwacht te zijn gedaald. Ook de consumentenbestedingen in die maand vielen licht tegen.

NXP koopt branchegenoot Freescale voor bijna 12 miljard dollar. De voormalige halfgeleiderdivisie van Philips, die in 2006 werd verzelfstandigd en sinds 2010 genoteerd is aan de Nasdaq, werd ruim 17 procent meer waard. Overnameprooi Freescale kreeg er een kleine 12 procent bij.

In de Dow voerden eveneens technologiebedrijven de boventoon. Chipmaker Intel en fabrikant van netwerkapparatuur Cisco Systems wonnen 2,4 en 2,3 procent. Koploper was creditcardbedrijf Visa met een plus van 2,6 procent. IT-concern IBM verloor 0,9 procent, de olieconcerns Chevron en ExxonMobil leverden tot 0,7 procent in.

Euro

De euro noteerde 1,1185 dollar, tegen 1,1180 dollar aan het einde van de Europese beurshandel eerder op de dag. De prijs van een vat Amerikaanse olie steeg 0,2 procent naar 49,87 dollar. Brentolie werd daarentegen 4,3 procent goedkoper en kostte 59,92 dollar per vat.