Royal Bank of Scotland (RBS) vreest voor de gevolgen van een 'ja'-stem tijdens het referendum over de Schotse onafhankelijkheid op 18 september. 

Die uitkomst zou leiden tot grote wijzigingen in de regelgeving waaraan de bank moet voldoen, maar ook in de positie van Schotland binnen de EU. Dat stelde het bedrijf dit weekeinde.

Behalve een ''waarschijnlijk grote verschuiving in het fiscale, monetaire, juridische en regelgevende landschap'', houdt de bank na een 'ja' ook rekening met lagere ratings van kredietbeoordelaars. Elke wijziging die de Schotse onafhankelijkheid met zich meebrengt, kan volgens RBS een ''wezenlijk nadelig'' effect hebben op de financiële gezondheid, de operationele resultaten en de vooruitzichten van het bedrijf.

Vraagstuk

Ook zonder het Schotse vraagstuk heeft RBS het moeilijk genoeg. ''Ondanks verbeterde vooruitzichten voor de Britse en de wereldeconomie op de middellange termijn, kunnen daadwerkelijke of vermeende moeilijke omstandigheden en mogelijke grilligheid op de Britse huizenmarkt de activiteiten van de groep onder druk zetten'', aldus de bank.

Andere bronnen van onzekerheid zijn volgens RBS het economische herstel in de eurozone, een belangrijke markt voor de bank, en de kans op een terugkeer van wilde schommelingen op de financiële markten. Deze zaken, die volgens de bank mede veroorzaakt zijn door het beleid van centrale banken, hebben de resultaten van het bedrijf al geraakt. Dat blijft naar verwachting voorlopig zo.

Meerdere Schotse bedrijven uitten eerder al hun zorgen over het effect van Schotse onafhankelijkheid. Levensverzekeraar Standard Life waarschuwde te verhuizen naar Engeland na de eventuele afsplitsing van Schotland. President van de Britse centrale bank Mark Carney stelde al in maart rekening te houden met een aanzienlijke kans dat RBS in dat geval verkast van Londen naar Edinburgh.