Europese overheden bekostigen hun staatsschulden voor het grootste deel met effecten, zoals obligaties en andere vormen van schuldpapier.

Dat blijkt donderdag uit een onderzoek van het Europese statistiekbureau Eurostat. Meer dan tachtig procent van de staatsschuld wordt gefinancierd door dergelijke financiële producten uit te geven.

Een veelgebruikt alternatief voor dergelijke schuldpapieren, het aannemen van een directe lening, wordt in veel landen van de Europese Unie slechts op kleine schaal ingezet. Alleen in Estland, Griekenland, Cyprus en Letland wordt het grootste deel van de overheidsschuld bekostigd door direct geld te lenen.

Leningen en schuldpapieren zoals obligaties verschillen slechts op enkele kleine, maar cruciale punten. Zo zijn obligaties verhandelbaar, waardoor de geldschieter zijn verstrekte lening kan doorverkopen wanneer hij ervanaf wil. Ook hoeft een overheid bij obligaties alleen rente te betalen en de schuld pas na de looptijd af te betalen.

In stappen

Directe leningen kunnen vaak niet onderling verhandeld worden en moeten vaak in stappen worden afgelost. Daardoor is het voor overheden niet mogelijk om schulden in de toekomst te schuiven. Anders dan obligaties zijn leningen echter wel een drijfveer om de staatsschuld af te lossen.

In Nederland wordt 21 procent van de schuld van ruim 450 miljard euro gefinancierd met directe leningen. Groot-Brittannië, Italië en Malta kiezen daarentegen amper voor de directe lening en bekostigen zo'n negentig procent van hun schulden door kort- en langlopende obligaties uit te geven.