De rentes op staatsleningen van de eurolanden zijn sinds het rentebesluit van de Europese Centrale Bank (ECB) naar historisch lage niveaus gedaald. 

Met name de rentes die zwakke landen moeten betalen om geld te lenen op de kapitaalmarkt, zijn fors omlaag gegaan.

De rente op 10-jarige Spaanse staatsleningen stond vrijdag aan het einde van de ochtend op 2,71 procent, het laagste niveau sinds financieel persbureau Bloomberg in 1993 begon met het bijhouden van de statistieken.

Voor Italië was de rente 2,82 procent, eveneens het laagste niveau ooit.

Verenigd Koninkrijk

Daarmee betalen die twee landen, die amper twee jaar geleden nog kampten met rentes boven het als onhoudbaar bestempelde niveau van 6 procent, niet eens meer zo heel veel meer dan bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk.

De rente op 10-jarig Brits staatspapier staat op 2,66 procent.

De rente op Nederlandse staatsobligaties met een looptijd van 10 jaar bedraagt 1,59 procent, het laagste niveau sinds mei vorig jaar. Duitsland betaalt op dergelijke leningen 1,36 procent.

Effect

Het ECB-effect op de koers van de euro ten opzichte van de dollar was van korte duur. Meteen na het rentebesluit zakte de eenheidsmunt wat weg, maar dat verschil was aan het einde van de beurshandel donderdag alweer goedgemaakt.

Vrijdag stond de koers op 1,3628 dollar, vrijwel hetzelfde niveau als aan de vooravond van het rentebesluit.

Een daling van de euro zou de ECB in de kaart hebben gespeeld. Doel van de donderdag aangekondigde maatregelen is het aanwakkeren van de inflatie in het eurogebied, omdat een te trage prijsontwikkeling de consumptie en daarmee de economische groei afremt.

Als andere valuta's in waarde stijgen ten opzichte van de euro, maakt dat importproducten duurder en stijgt dus het prijspeil.

ECB bestrijdt lage inflatie met verdere renteverlaging