Volkswagen (VW) kan de Zweedse truckfabrikant Scania nog niet van de beurs halen. De Duitse autofabrikant heeft nog onvoldoende minderheidsaandeelhouders van het bedrijf kunnen overhalen hun aandelen te verkopen. 

Daarom heeft VW de aanmeldingstermijn van het bod dat het in februari uitbracht tot en met 16 mei verlengd, meldt de onderneming woensdag.

VW is al voor bijna twee derde eigenaar van Scania en wil de vrachtwagenbouwer helemaal inlijven. Het legde eerder dit jaar 6,7 miljard euro op tafel om de aandelen te kopen die het nog niet bezit.

Met de stukken die VW tot dusver aangeboden heeft gekregen, komt het totale belang uit op 88,25 procent. Om de resterende aandeelhouders gedwongen uit te kunnen kopen is in Zweden minimaal 90 procent nodig.

Het bestuur van Scania raadde de minderheidsaandeelhouders vorige maand af in te gaan op het bod van VW, omdat dat te laag zou zijn. Het Duitse autoconcern liet woensdag evenwel weten dat twijfelende aandeelhouders niet hoeven te rekenen op een hogere prijs.

Het wees erop dat een grote meerderheid van de aandeelhouders het ''zeer aantrekkelijke'' bod wel heeft aanvaard.

VW wil Scania na de volledige overname intensiever laten samenwerken met zijn andere dochterbedrijven, waaronder branchegenoot MAN waarvan het voor driekwart eigenaar is. Dat moet leiden tot kostenvoordelen van minstens 200 miljoen euro per jaar, die op termijn nog verder kunnen oplopen.